Naar hoofdinhoud
Indien na afloop van het boekjaar de verstrekte voorschotten als bedoeld in Artikel 14 lid 3 niet geheel aangewend zijn, zal het resterende bedrag terugvloeien naar de deelnemende gemeenten, waarbij iedere deelnemer met betrekking tot de eerste 2 boekjaren gerechtigd is tot 50% van het resterende bedrag. Indien het boekjaar afgesloten wordt met een negatief bedrijfsresultaat, zullen de deelnemers met betrekking tot de eerste 2 boekjaren dit tekort ieder voor de helft aanvullen. Na afloop van de eerste twee boekjaren, te rekenen vanaf de inwerkingtreding van deze regeling en daarna na afloop van iedere vijf boekjaren te rekenen vanaf het derde boekjaar na inwerkingtreding van deze regeling, wordt het verdelen van de resterende bedragen als bedoeld in het eerste lid respectievelijk het aanvullen van tekorten als bedoeld in het tweede lid van dit Artikel aan de hand van een analyse op basis van nader vast te stellen objectieve indicatoren geëvalueerd als bedoeld in Artikel 30 van deze regeling. Met betrekking tot het derde boekjaar blijft de verdeling van de resterende bedragen als bedoeld in het eerste lid respectievelijk het aanvullen van de tekorten als bedoeld in het tweede lid gelden indien en voor zover in de regeling niet in een andersluidende verdeling is voorzien. Met betrekking tot ieder zesde boekjaar te rekenen vanaf het derde boekjaar na inwerkingtreding van deze regeling, blijft de direct daaraan voorafgaande verdeling van de resterende bedragen respectievelijk het aanvullen van de tekorten gelden indien en voor zover in de regeling niet in een andersluidende verdeling is voorzien. Voor zover de evaluatie als bedoeld in het derde lid van dit Artikel leidt tot een gewijzigde wijze om de tekorten en overschotten te verdelen, geldt die wijziging met ingang van de eerste dag van het boekjaar waarin de evaluatie die tot de wijziging heeft geleid heeft plaatsgevonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel