Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1.1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Wageningen 2019

•. Algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten •. Algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning; •. Andere voorziening: voorziening op basis van een andere wet dan de Jeugdwet op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen •. AVG: Algemene Verordening Gegevensbescherming •. Bijdrage: bijdrage als bedoeld in de artikelen 2.1.4, eerste lid, en 2.1.4a van de Wmo 2015; •. Cliënt: de persoon conform omschrijving artikel 1.1.1 Wmo 2015 en de jeugdige en zijn ouders conform art. 1.1 in de Jeugdwet. •. Financieel besluit: Financieel besluit jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning en participatiewet, Wageningen. Het financieel besluit wordt jaarlijks aangepast. •. Hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de Jeugdwet en/of behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo 2015 •. Individuele voorziening: op de jeugdige of zijn ouders toegesneden voorziening als bedoeld in artikel 3, tweede lid; •. Maatwerkvoorziening: een op de inwoner toegesneden voorziening als voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wmo 2015; •. Overige voorziening: overige voorziening voor jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid. Deze voorzieningen zijn vrij toegankelijk. •. Pgb: persoonsgebonden budget op basis van de Jeugdwet (art. 8.1.1) of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (art. 2.3.6) •. Toekomstplan: is een plan dat helpt om toekomstgericht en integraal te werken aan de begeleiding van jongeren naar zelfstandigheid. •. Voorliggende voorziening: een algemene voorziening of een voorziening, op basis van een andere wet dan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of Jeugdwet, waarmee aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen •. Wmo 2015: de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Voor de overige begrippen in deze verordeningen verwijzen wij naar bijlage I bij deze verordening. Toelichting In dit artikel zijn alleen de begrippen opgenomen die van belang zijn voor deze verordening. In bijlage I zijn alle definities uit de Jeugdwet en de Wmo 2015 opgenomen. In de Jeugdwet en de Wmo 2015 worden verschillende begrippen gebruikt voor voorzieningen. Wmo 2015 algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten; algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning; voorliggende voorziening: een algemene voorziening of een voorziening, op basis van een andere wet dan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, waarmee aan de ondersteuningsvraag wordt tegemoetgekomen; maatwerkvoorziening: de voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wmo 2015. Jeugdwet: overige voorziening: vrij toegankelijke voorziening voor jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 2.9, onder a van de Jeugdwet andere voorziening: voorziening op basis van een andere wet dan de Jeugdwet op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen; Individuele voorziening: op de jeugdige of zijn ouders toegesneden voorziening als bedoeld in artikel 2.9, onder a van de Jeugdwet; In de verordening gebruiken we het begrip cliënt, we verstaan hieronder ook de jeugdige en zijn ouders overeenkomstig de definitie uit de Jeugdwet. Met de aanduiding ‘de jeugdige of zijn ouders’ wordt bedoeld: de jeugdige (van bijvoorbeeld 16 jaar of ouder) zelfstandig, de jeugdige met een of beide ouders (in de definitie van artikel 1 van de wet: de gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder) (bij een jeugdige tussen de 12 en de 16 jaar), of de ouders namens de jeugdige (bij een jeugdige jonger dan 12 jaar). Ook de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kent een aantal definitiebepalingen die voor deze verordening van belang zijn, zoals: ‘aanvraag’ (artikel 1:3, derde lid, van de Awb) en ‘beschikking’ (artikel 1:2 van de Awb).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel