Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2.10

Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden

Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Wageningen 2019

1.. Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de Wmo en de Jeugdwet artikel 2.11 en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst, stelt het college vast: a.. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan overeenkomst met derde; of b.. een reële prijs die geldt als ondergrens voor: 1°. een inschrijving en het aangaan overeenkomst met de derde, en 2°. de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. 2.. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: a.. overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de Wmo 2015, en hoofdstuk 4 van de Jeugdwet. b.. rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de Wmo, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. 3.. Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs in ieder geval op de volgende kostprijselementen: a.. de kosten van de beroepskracht b.. redelijke overheadkosten; c.. kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d.. reis en opleidingskosten; e.. indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; f.. overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen 4.. Het college bepaalt met welke derde als bedoeld in het eerste lid, hij een overeenkomst aangaat. Toelichting Het college kan de uitvoering van de Jeugdwet en Wmo 2015, met uitzondering van de vaststelling van de rechten en plichten van de jeugdige of zijn ouders, door aanbieders laten verrichten (artikel 2.11, eerste lid, van de Jeugdwet en artikel 2.6.4, eerste lid, van de Wmo 2015). Bij verordening moeten regels worden gesteld ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een voorziening en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan (artikel 2.12 van de Jeugdwet en artikel 2.6.6, eerste lid van de Wmo 2015). Daarbij dient in ieder rekening gehouden te worden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de arbeidsvoorwaarden. Uitgangspunt is dat de aanbieder kundig personeel inzet tegen de arbeidsvoorwaarden die passen bij de vereiste vaardigheden. Hiervoor is tenminste een beeld nodig van de vereiste activiteiten en de arbeidsvoorwaarden die daarbij horen. Dit biedt een waarborg voor werknemers dat hun werkzaamheden aansluiten bij de daarvoor geldende arbeidsvoorwaarden. Met ingang van 1 juni 2017 is via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) een nieuw artikel 5.4 toegevoegd aan het landelijke Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Het artikel heeft tot doel dat de gemeente een reële prijs betaalt voor Wmo-diensten, waarmee de aanbieder kan voldoen aan de gemeentelijke eisen van kwaliteit en continuïteit van deze dienst en de arbeidsrechtelijke verplichtingen aan de beroepskracht die de dienst verleent. De AMvB is van toepassing op alle vormen van Wmo-dienstverlening, uitgezonderd de verstrekking van hulpmiddelen, individuele vervoersvoorzieningen en woningaanpassingen. Wij passen de kostprijselementen ook toe voor de jeugdhulp . De gemeenteraad stelt in artikel 2.10 de basis vast van de kostprijselementen zoals kosten van de beroepkracht, redelijk overheadkosten. Het college werkt deze elementen verder uit. Bijvoorbeeld: de kosten van de beroepskracht kan bestaan uit bruto uurtarief, vakantiebijslag, eindejaarsuitkering en werkgeverslasten. Het college neemt deze prijs op in de documenten van een aanbestedingsprocedure en is tevens de ondergrens voor een inschrijving in een aanbestedingsprocedure. Eerste lid In dit artikel wordt geregeld dat het college voor het leveren van een dienst door een derde, of een vaste prijs vaststelt of een reële prijs vaststelt die geldt als ondergrens voor een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde of die geldt als ondergrens voor de vaste prijs. In het geval het college een reële prijs vaststelt, is het mogelijk dat inschrijvers een hoger tarief dan de reële prijs neerleggen. Het is niet mogelijk een lagere prijs neer te leggen. Indien het college een vaste prijs vaststelt, dan zal het tarief voor de inschrijvers gelijk zijn aan de vaste prijs. Tweede lid Bij het vaststellen van de prijs dient het college rekening te houden met de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de wet en met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. De invulling van de continuïteit van de hulpverleningsrelatie in financiële zin is nieuw voor de gemeenten. De aanbieder die de opdracht gegund krijgt moet overleggen met de aanbieder die de opdracht tot dan toe had uitgevoerd over de overname van personeel. De gedachte is dat overname van personeel gemakkelijker verloopt indien de gemeente een reële prijs betaalt voor de opdracht. Derde lid Het college moet de vaste prijs of de reële prijs minimaal baseren op de in dit artikel genoemde kostprijselementen. De opsomming in dit lid is niet uitputtend. De gemeente kan er elementen aan toevoegen. Vierde lid Dit lid is opgenomen ter wille van de leesbaarheid en de samenhang van het hele artikel 18. Het college bepaalt met welke derde hij een overeenkomst aangaat. Hieronder wordt verstaan een aanbieder, te weten een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die jegens het college gehouden is een voorziening te leveren. Het overeenkomen van contracten is het primaat van het college. Het college legt hierover verantwoording af aan de gemeenteraad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel