Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2.2

Criteria voor een maatwerkvoorziening en individuele voorzieningen

Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Wageningen 2019

1.. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening of individuele voorzieningen als: a.. Eigen kracht en de hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk onvoldoende oplossing bieden. b.. Algemeen gebruikelijke voorziening, algemene voorzieningen, overige voorzieningen of andere, voorliggende voorzieningen, onvoldoende oplossing bieden. 2.. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening. Deze wordt slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, tenzij a.. de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b.. tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of c.. als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. 3.. Ten aanzien van woonvoorzieningen geldt het volgende: a.. Als de cliënt zijn hoofdverblijf heeft in een instelling voor langdurige zorg, kan een woonvoorziening getroffen worden voor het bezoekbaar maken van één woonruimte elders in de gemeente Wageningen. De woonvoorziening betreft slechts het bezoekbaar maken van deze woonruimte met een door het college vast te leggen maximumbedrag. Onder bezoekbaar maken wordt uitsluitend verstaan dat de aanvrager de woonruimte, en een toilet kan bereiken en gebruiken b.. Een woonvoorziening wordt geweigerd indien: de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarover tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college. c.. Het college stelt bij nadere regeling aanvullende criteria voor beschermd wonen. 4.. Als een maatwerkvoorziening of een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening. De cliënt heeft de mogelijkheid om door middel van bijbetaling een voorziening te verkrijgen van betere kwaliteit of comfort. Toelichting Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening of individuele voorziening komt het op maatwerk aan. Gemeentelijke vrijheid is nodig omdat de behoeften van inwoners per gemeente kunnen verschillen en de sociale en fysieke infrastructuur per gemeente anders is. Ook het aanbod van algemene voorzieningen is niet in iedere gemeente gelijk. Het is daarom niet mogelijk of wenselijk dat in de verordening limitatief wordt geregeld welke maatwerkvoorzieningen en individuele voorzieningen zullen worden verstrekt. Om te bepalen welke voorziening nodig is, wordt er een zorgvuldige toegangsprocedure doorlopen om:de hulpvraag van de cliënt, zijn behoeften en de gewenste resultaten helder te krijgen,te achterhalen wat de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, mantelzorg of met hulp van zijn sociaal netwerk dan wel door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten kan doen om zijn zelfredzaamheid en participatie te handhaven of verbeteren,om te bepalen of zo nodig met gebruikmaking van een algemene voorziening kan worden volstaan, of dat een maatwerkvoorziening of individuele voorziening nodig is, en of sprake is van een voorliggende of andere voorziening die niet onder de reikwijdte van de Wmo 2015 of Jeugdwet valt. Voor het bepalen van de gebruikelijke hulp biedt het protocol gebruikelijk hulp een richtlijn. Daarnaast kan het voor het in beeld brengen en het activeren van netwerk van belang zijn om een familienetwerkberaad te organiseren. Indien de cliënt van mening is dat het college hem ten onrechte geen maatwerkvoorziening of individuele voorziening verstrekt kan betrokkene tegen de weigeringsbeschikking bezwaar maken en daarna eventueel in beroep gaan tegen de beslissing op zijn bezwaar. De rechter zal toetsen of de gemeente zich heeft gehouden aan de voorgeschreven procedures, het onderzoek naar de omstandigheden van betrokkene op adequate wijze heeft verricht en of de ondersteuning een passende bijdrage levert aan de kaders binnen de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Artikel 2.2.3b stelt dat een woonvoorziening wordt geweigerd indien: de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarover tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college. Conform de uitspraak van de CRvB van 22 augustus 2018 moet het gaan om reeds aanwezige beperkingen in plaats van anticiperen op onzekere gebeurtenissen. De afwegingen moeten gaan over de aanwezige beperkingen in relatie tot de aanvraag. Als iemand een beperkte mobiliteit heeft en verhuist van een gelijkvloerse woning naar een woning met trap, was voorzienbaar dat de nieuwe woning niet geschikt is. Het College kan bijvoorbeeld een aanvraag voor een traplift op basis van dit artikel afwijzen. In de praktijk is er altijd overleg tussen alle betrokkenen of er van een eventuele verhuizing sprake kan zijn. Het is belangrijk dat cliënt, het sociale netwerk, hulpverleners en gemeente met elkaar de voors en tegens afwegen. Hierbij is het beleid om langer thuis te blijven wonen en het maatwerkprincipe het uitgangspunt. Het college stelt bij nadere regeling aanvullende criteria voor beschermd wonen. Gemeente Ede is centrumgemeente voor beschermd wonen. Dit betekent dat de financiële middelen die het Rijk beschikbaar stelt voor beschermd wonen, naar centrumgemeente gaan. Gemeente Wageningen voert een pilot waarbij wij zelf uitvoeren. Aanvullende criteria voor Beschermd Wonen zijn vastgelegd in de “Beleidsregel Beschermd Wonen 2015 Valleiregio (14.0225662)” vastgesteld door het college van Wageningen op 9 december 2014. In lid 4 staat dat het college de meest goedkope en adequate maatwerkvoorziening of individuele voorziening verstrekt. Onder adequaat verstaan we passend bij de behoeften en (on)mogelijkheden van de cliënt. De cliënt kan kiezen voor een andere, duurdere voorziening, bijvoorbeeld omdat deze meer comfort biedt of betere kwaliteit. De meerkosten van deze voorziening komen voor rekening van de cliënt. In de kaders voor de verordeningen (vastgesteld door de gemeenteraad op 7 juli 2014), is besloten dat de hulp bij huishouden 2 (hbh2) intact blijft als een maatwerkvoorziening, voor de niet-zelfredzame inwoner. Bij hbh2 wordt, naast het schoonmaken, ook ondersteuning gegeven bij de regie van het huishouden. Voor de hulp bij huishouden 1 is toen besloten deze voorziening algemeen gebruikelijk te beschouwen die door de vrije markt wordt opgepakt. Naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale Raad Van Beroep van 18 mei 2016 wordt deze algemeen gebruikelijke voorziening gewijzigd in een algemene voorziening en deze te integreren met de huishoudtoelage. Hiermee is er binnen de algemene voorziening aandacht voor ondersteuning van de mantelzorger en daarnaast om in bijzondere situatie de toelage in te zetten voor andere doelgroepen, zoals inwoners die 6 uur of meer hulp bij huishouden nodig hebben, met een klein netwerk, in een zorgelijke situatie, direct na ziekenhuisopname. Volgens de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep moet de gemeenteraad de hoogte van de eigen bijdrage voor de algemene voorziening opnemen in de verordening (artikel 4.4). Inwoners die financieel niet zelfredzaam zijn, krijgen op dit gebied ondersteuning vanuit de gemeente via de individuele bijzondere bijstand als de noodzaak aangetoond is. Eind 2017 is een nieuwe aanbesteding geweest voor hulp bij huishouden (hbh). Het contract met de aanbieder liep per 1 januari af en contractverlening was wettelijk niet meer mogelijk. Vanaf 2018 zijn er de volgende producten voor huishoudelijke hulp: algemene voorziening (zie ook artikel 4.4 ), hulp bij huishouden maatwerkvoorziening (voorheen genoemd hbh2) en hulp bij huishouden maatwerkvoorziening plus, waarbij ook lichte begeleiding wordt gegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel