Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 3.3

Vertrouwenspersoon jeugdhulp en cliëntondersteuning

Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Wageningen 2019

1.. Het college zorgt ervoor dat jeugdigen, ouders en pleegouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon. 2.. Het college wijst jeugdigen en ouders erop dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke cliëntondersteuner en onafhankelijke vertrouwenspersoon. Toelichting Dit artikel heeft alleen betrekking op de jeugdhulp. In artikel 2.6, eerste lid, onder f, van de Jeugdwet is bepaald dat het college ervoor verantwoordelijk is dat jeugdigen, hun ouders of pleegouders een beroep kunnen doen op een vertrouwenspersoon. Onafhankelijkheid, beschikbaarheid en toegankelijkheid zijn belangrijke factoren (wettelijke vereisten) voor een goede invulling van deze functie. De wet adresseert het college rechtstreeks en vraagt niet om hierover bij verordening een regeling op te stellen. De bepaling uit de wet is toch in de verordening opgenomen vanwege het in het belang om in de verordening een compleet overzicht van rechten en plichten van jeugdigen en ouders te geven. Bij algemene maatregel van bestuur (het Uitvoeringsbesluit Jeugdwet) zal een nadere uitwerking worden gegeven van de taken en bevoegdheden van de vertrouwenspersoon. Naast de vertrouwenspersoon jeugdhulp kunnen ouders ook een beroep doen op de onafhankelijke cliëntondersteuning. De cliëntondersteuner kan helpen met: Onderzoeken van de hulpvraag kiezen wat voor zorg of ondersteuning er eventueel moet komen de hulp regelen die bij u pas verschillende soorten hulp op elkaar afstemmen bepalen of de hulp goed heeft gewerkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel