**1..** Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, overeenkomstig nadere regels, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot.
**2..** De bijdrage in de kosten, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 17,50 per bijdrageperiode voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen.
**3..** Indien een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt, is de bijdrage verschuldigd door:
**a..** de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en
**b..** degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
**4..** Als een cliënt financieel niet-zelfredzaam is, verleent het college kwijtschelding van (een deel) van de eigen bijdrage.
**5..** Het college verleent in ieder geval kwijtschelding van de eigen bijdrage als het inkomen van de cliënt minder dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm is.
Toelichting
Deze bepaling geeft uitvoering aan de artikelen 2.1.4, eerste tot en met derde en zevende lid, en 2.1.5, eerste lid van de Wmo 2015. Dit artikel geldt alleen voor de Wmo 2015, omdat er in het kader van de Jeugdwet geen bijdrage in de kosten gevraagd mag worden. Op grond van de Jeugdwet kan wel sprake zijn van een ouderbijdrage, waarvan de uitwerkingsregels worden opgenomen in het landelijke uitvoeringsbesluit Jeugdwet.
De Wmo 2015 maakt een onderscheid tussen de bijdragen in de kosten van algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. De bijdragen in de kosten van maatwerkvoorzieningen zijn gelimiteerd tot een bedrag gelijk aan de kostprijs van de voorziening (artikel 2.1.4, derde lid, eerste zin, van de wet) en in het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp worden regels vastgesteld met betrekking tot deze bijdragen (artikel 2.1.4, vierde lid, van de wet).
Voor cliënten die financieel niet-redzaam, wordt een maatwerk oplossing geboden. Bij financieel niet-redzaam, speelt niet alleen het inkomen een rol maar ook bijvoorbeeld of schulden. Om mogelijke onzekerheid te voorkomen krijgen cliënten met een inkomen minder dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm, in alle gevallen kwijtschelding van de eigen bijdrage.
Op grond van het Besluit verlaging eigen bijdrage Wlz zorg en maatschappelijke ondersteuning (Kamerstukken II 2017/18, 34 104, nr. 225) gaan vanaf 1 januari 2019 alle cliënten die gebruik maken van één of meer Wmo maatwerkvoorzieningen, met uitzondering van degenen die gebruik maken van beschermd wonen zorg in natura of maatschappelijke opvang, ongeacht inkomen en vermogen, een maximale periodebijdrage betalen van € 17,50 betalen.
Cliënten die gebruik maken van beschermd wonen zorg in natura of maatschappelijke opvang blijven de huidige inkomensafhankelijke eigen bijdrage betalen, met dien verstande dat de vermogensinkomensbijtelling van 8% naar 4% gaat.
Conform het nieuw toegevoegde onderdeel in het vierde lid van artikel 3.8 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, geldt dat vanaf 2019 alle niet-AOW gerechtigde meerpersoonshuishoudens geen eigen bijdrage betalen.
De meeste mensen die wonen of werken in Nederland, zijn meestal verzekerd en ontvangen wél AOW op een bepaalde leeftijd. Een kleine groep mensen woont wel in Nederland, maar is toch niet verzekerd voor de AOW.
De hoogte van de eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening wordt door het CAK vastgesteld. Het CAK ziet toe op het niet overschrijden van de kostprijs, bedoeld in artikel 2.1.4, derde lid, van de wet bij het vaststellen van de bijdrage. Het is in een enkel geval mogelijk dat de kostprijs van de maatwerkvoorziening lager is dan de periodebijdrage van € 17,50.
Artikel 4 heeft betrekking op maatwerkvoorzieningen en pgb’s en geeft uitvoering aan de artikelen 2.1.4, eerste lid, aanhef en onder b, tweede lid, aanhef en onder b, en het derde en zevende lid, en 2.1.5, eerste lid, van de wet (Wmo 2015).
Het totaal van de bijdragen in de kosten van maatwerkvoorzieningen dan wel pgb’s is gelimiteerd tot een bedrag van maximaal € 17,50 per periodebijdrage
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.1
Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen Wmo 2015
Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Wageningen 2019