Naar hoofdinhoud

Artikel 9.

Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Druten 2020

1.. In de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de wet staan artikelen om subsidie te weigeren, in te trekken of terug te vorderen. Het College weigert daarnaast subsidie in elk geval als: de Commissie volgens artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie in strijd is met de interne markt, of het om een aanvrager gaat tegen wie de Commissie een bevel tot terugvordering heeft uitstaan de aanvrager minder dan € 250 subsidie aanvraagt. 2.. Het College weigert subsidie in elk geval als de verstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden zit als bedoeld in dat steunkader, of de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in dat steunkader. 3.. Het College kan ook subsidie weigeren als: de te subsidiëren activiteit(-en) al heeft / hebben plaats gevonden; de te subsidiëren activiteiten niet of niet in stevige mate gericht zijn op of als ze onvoldoende ten goede komen aan de inwoners van de gemeente Druten; de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Commissie heeft vastgesteld dat de subsidie niet strijdig is met de interne markt; de activiteiten, waarvoor een aanvrager subsidie aanvraagt, niet behoren tot de gemeentelijke (mede-)verantwoordelijkheid; aan de activiteiten onvoldoende aantoonbare plaatselijke behoefte bestaat. Aantoonbare plaatselijke behoefte is aanwezig als een verantwoord lokaal effect te verwachten is waarmee het belang van de inwoners van de gemeente Druten wordt gediend; de aanvrager zijn activiteiten in hoofdzaak om zuiver politieke, commerciële of godsdienstige redenen organiseert; in de gemeente Druten al in voldoende mate direct of indirect wordt voorzien in dezelfde soort activiteiten; inwoners van de gemeente Druten worden uitgesloten terwijl ze wel tot de doelgroep behoren waarop de activiteiten gericht zijn; de activiteiten buiten de gemeente Druten plaatsvinden, tenzij dit op grond van de aard van de activiteiten redelijk is en van de aanvrager niet verwacht mag worden dat hij de activiteiten in de gemeente Druten uitvoert; de activiteiten een zodanig breed regionaal en/of landelijk bereik hebben, dat de gevraagde subsidie in financieel opzicht alleen een solidair karakter heeft. Uitzondering is als het College met de verlening een duidelijk politiek signaal wil afgeven; door de aanvrager een zodanige werkwijze wordt toegepast dat het College niet verwacht dat de beoogde doelstelling wordt bereikt; de aanvrager niet beschikt over bekwame betaalde en/of vrijwillige medewerkers waarmee de kwaliteit van de te verrichten activiteiten en de te bereiken doeleinden gewaarborgd is; de aanvrager, met inbegrip van de te verlenen subsidie, niet over de benodigde financiële middelen beschikt om de activiteiten te organiseren; de aanvrager geen redelijke eigen bijdrage vraagt voor de aangeboden activiteiten aan deelnemers, bezoekers, gebruikers, leden en/of cliënten; voor de subsidies genoemd in artikel 2, lid 3a, 3b en 3c voldoende andere financiële mogelijkheden bestaan; een aanvrager subsidie aanvraagt voor een activiteit waarbij minder dan 50% van de deelnemers, bezoekers, gebruikers, leden en/of cliënten woonachtig is in de gemeente Druten; de aanvraag niet voldoet aan de overige regels die in de wet, wettelijk voorschrift, subsidieregeling of beleidsregels staan. 4.. Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel