Voor de toepassing van deze verordening wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder:
a) dag: een periode van 24 uren, aanvangende om 0.00 uur of een gedeelte daarvan;
b) week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;
c) maand: een kalendermaand;
d) jaar: een kalenderjaar;
e) bouwmaterialen: een loods, keet, container, steiger, stelling, heikar of heistelling, kraan, betonmolen, asfaltketel, trechter, afschutting, stut, schoor, paal of enig ander werktuig ten dienste van bouwwerken;
f) standplaats: een ruimte op of aan de weg, aangewezen door het college voor de uitoefening van straathandel;
g) automaten: toestellen die in werking treden bij inwerping van een munt c.q. munten;
h) vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben;
i) onroerende zaak: een onroerende zaak, als bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken;
j) uitstalling: voorwerp met goederen en waren in natura;
k) blikvanger: voorwerp dat beoogd aandacht van het publiek te trekken (eyecatcher);
l) terras: een gelegenheid waar eet- en drinkwaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt.