Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening Precariobelasting 2020

Geen precariobelasting wordt geheven: 1. voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; 2. voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; 3. voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst, concessie of anderszins rechtens moeten worden gedoogd; 4. van voorwerpen of werken, welke door of vanwege het Rijk of de provincie, in het kader van de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak, zijn aangebracht of geplaatst; 5. voor het gebruik of genot door de gemeente van de openbare gemeentegrond en voor het hebben onder, op of boven die grond van voorwerpen, werken of inrichtingen, welke aan de gemeente in eigendom toebehoren en bij haar in gebruik zijn, voor zover niet betreffende de productie en distributiebedrijven der gemeente; 6. voor het hebben van pilasters, plinten, kozijndorpels, gevelversieringen, goten, afvoerbuizen van hemelwater, puilijsten, goot of kroonlijsten, spionnen en dergelijke niet meer dan 0,30 m buiten de rooilijn uitstekend; 7. voor versieringen, aangebracht tijdens en ter gelegenheid van feestdagen in de zin van de Algemene termijnenwet; 8. voor het hebben van wegwijzers in, op of boven de openbare gemeentegrond door de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB, voor het hebben van brievenbussen van PostNL en telefooncellen van de KPN en soortgelijke ondernemingen alsmede voor het hebben van halteborden in op of boven openbare gemeentegrond; 9. niet als reclamevoorwerpen aan te merken bloemen- of plantenbakken; 10. voor het hebben van een onverlicht naambord mits de grootste afmeting niet meer bedraagt dan 0,60 m en het bord niet meer vermeldt dan de naam, het beroep of de aard van het bedrijf eventueel aangevuld met enige zakelijke mededelingen hierop betrekking hebbende, van de persoon of onderneming, gevestigd in de onroerende zaak, waaraan het bord is aangebracht; 11. borden tot verhuur of verkoop van onroerende zaken, in het geval deze borden aan de te verhuren of te verkopen onroerende zaken zijn bevestigd; 12. van vlaggenstokken, vlaggen en zonneschermen zonder reclame of handelsnaam; 13. voor buizen in de grond tot lozing van fecaliën, van huishoud en hemelwater; 14. voor voorwerpen, welke worden gebezigd door politieke partijen ten behoeve van verkiezingen; 15. voor een metalen aardpen in openbare gemeentegrond ten behoeve van een aardgeleidingssysteem; 16. van voorwerpen of werken, waarvoor krachtens de verordening reclamebelasting is verschuldigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel