Voor het gebruik van een algemene voorziening kan van de cliënt een bijdrage in de kosten worden gevraagd. De hoogte van de bijdrage wordt bepaald aan de hand van en tot maximaal de kostprijs van de voorziening.
De kostprijs van een algemene voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder.
Een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van collectief vervoer ter hoogte van een eenmalige bijdrage van € 7,50 voor de vervoerspas.
Naast de in het tweede lid bedoelde eigen bijdrage is de cliënt een opstaptarief en het gecontracteerde Wmo-tarief verschuldigd tot een reisafstand van 25 kilometer tenzij er sprake is van een puntbestemming waarvoor altijd het gecontracteerde Wmo-tarief geldt.
Indien er sprake is van een cliënt met een vervoerspas voor het collectief vervoer en met een indicatie voor:
verplichte/medische begeleiding, van ten hoogste één persoon, dan is voor de persoon die deze begeleiding verzorgt geen eigen bijdrage verschuldigd. Cliënt en begeleider moeten gezamenlijk reizen;
sociale begeleiding, van ten hoogste één persoon, dan geldt voor de persoon die deze begeleiding verzorgt hetzelfde Wmo-tarief als voor de cliënt.
Geen eigen bijdrage is verschuldigd voor algemeen maatschappelijk werk (AMW).
HOOFDSTUK 3
Artikel 9a.
Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen (alleen Wmo), met uitzondering van de bij verordening aangewezen algemene voorzieningen
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke Ondersteuning 2020