Naar hoofdinhoud

§ 2.

Artikel 4.

Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van commissie- of schaduwfractieleden die geen raadslid zijn

Onderdeel van VERORDENING RECHTSPOSITIE RAADS- EN COMMISSIELEDEN GEMEENTE HARDENBERG 2019

1. . De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een oriënterende ronde bedoeld in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse naar inwonerstal 50.000 – 100.000 vastgestelde maximum. 2. . Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid van een schaduwfractie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt. 3. . Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een schaduwfractie: als raadslid; uit hoofde van dan wel rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd; als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de schaduwfractie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient. 4. . De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een hogere vergoeding vaststellen, zulks tot ten hoogste 75% van het in het eerste lid bedoelde bedrag van de vergoeding, ten aanzien van: een lid van een schaduwfractie die op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de schaduwfractie voor deelname aan haar werkzaamheden is aangetrokken; een lid van een schaduwfractie ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de voor hem verrichte arbeid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel