Naar hoofdinhoud

Artikel 1:

Begripsbepaling

Onderdeel van Budgethoudersregeling gemeente Vlissingen

In deze regeling wordt verstaan onder: Raad: de gemeenteraad van Vlissingen; Griffier: de griffier als bedoeld in Hoofdstuk VII § 3 Gemeentewet; College: het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen; Algemeen directeur: de algemeen directeur/gemeentesecretaris; Gemeentesecretaris: de secretaris als bedoeld in Hoofdstuk VII § 2 Gemeentewet; Het directieteam: het team bestaande uit de drie directeuren onder leiding van de algemeen directeur; Directeur: de leidinggevende van een directie; Teamleider: de leidinggevende van een team binnen een directie; Productverantwoordelijke: verantwoordelijke voor een met name genoemd Product met de daarbij behorende toegewezen geheel van, resultaat- en prestatieafspraken, doelstellingen en middelen; Projectleider: de projectleider zoals bedoeld in het Functieboek gemeente Vlissingen en belast met het betreffende taakveld; Budgethouder: product verantwoordelijke of projectleider met bevoegdheden en verantwoordelijkheden m.b.t. de aan hem/haar toegekende budgetten; een en ander binnen de kaders omschreven in deze budgethoudersregeling; Programma: door de raad benoemde en mogelijk directie overstijgende samenhangende activiteiten die zijn opgenomen in de programmabegroting; Producten: door het college vastgestelde ‘producten/activiteiten’ die noodzakelijk zijn om invulling te geven aan de programma’s alsmede voor de te koppelen budgetten en noodzakelijke kostenplaatsen; Subproduct: (administratieve) onderverdeling van een Product; Grexen: producten (zie N) gekoppeld aan grondexploitaties (een ruimtelijk ontwikkelingsplan waarbij een begroting is opgesteld om grondkosten en opbrengsten van in beeld te brengen); Project: een in de tijd en middelen begrensde activiteit om iets te realiseren. Het onderscheidt zich van een programma en product door zijn ‘eenmalige’ karakter; Economische categorie: te vergelijken met ‘grootboekrekening’; groepering van soorten kosten in de begroting ( zoals o.a. salarissen/ diensten van derden /overige goederen en diensten/inkomensoverdrachten en kapitaallasten); Budget: samenhangend geheel aan doelstellingen, resultaat- en prestatieafspraken en de daarvoor toegekende middelen; Beheersing: het zo doeltreffend en doelmatig mogelijk handelen op het geheel aan inkomsten en uitgaven en de beleidsmatige kant van een programma, product of subproduct respectievelijk project of grondexploitatie; Investering: bijzondere onderdeel van producten waarbij een relatief groot bedrag ineens wordt uitgegeven aan goederen en zaken van economisch nut (automatisering, vuilniswagens, stadskantoor e.d.) of maatschappelijk nut (wegen, rioleringen e.d.) ten behoeve van gebruik over een langere periode. Investeringen in activa leiden tot kapitaallasten, er moet voor ‘geleend’ woorden wat leidt tot (afschrijvings- en rentekosten) die weer ten laste komen van de producten. Prestatiebeoordeelaar: medewerker die is belast met het onafhankelijk vast stellen van de geleverde prestatie volgens de factuur.

Rechtspraak bij dit artikel