De budgethouder is bevoegd tot het accorderen van facturen (nadat de prestatiebeoordeelaar heeft vastgesteld dat de prestatie heeft plaatsgevonden) ter betaalbaarstelling door het team Administratie en Ondersteuning):
tot maximaal het desbetreffende product- respectievelijk subproductbudget en kostenplaatsenbudget waarvoor hij op grond van artikel 2, vierde lid van deze regeling als budgethouder is aangewezen;
tot maximaal het saldo van de voorziening waarvoor hij op grond van artikel 2, vierde lid van deze regeling als budgethouder is aangewezen, met inachtneming van de geldende nota reserves en voorzieningen.
tot maximaal het bedrag van (dat deel van) het door de raad vastgestelde en door het college beschikbaar gestelde investeringskrediet waarvoor hij op grond van artikel 2, vierde lid van deze regeling als budgethouder is aangewezen.
in overeenstemming met de (financiële) afspraken zoals deze schriftelijk zijn vastgelegd binnen een overeenkomst (contract en/of addendum).
Het realiseren van extra budget voor bestaand beleid kan gedurende het boekjaar plaatsvinden, maar hierop zijn verschillende bevoegdheden van toepassing:
De budgethouder kan binnen producten budget verschuiven van het ene subproduct naar het andere (en tussen kostensoorten). Hierbij is leidend dat door de verschuiving nog steeds alle beoogde activiteiten van alle betrokken subproducten uitgevoerd worden. De verschuiving vindt voor de besteding plaats.
Het college is bevoegd om binnen een programma te schuiven van het ene product naar het andere. Hierbij is leidend dat door de verschuiving nog steeds alle beoogde en in de programma’s benoemde (maatschappelijke) effecten bereikt worden. Het advies van de budgethouder is hier onontbeerlijk. De verschuiving vindt voor de besteding plaats.
Het college is bevoegd om een budgetwijziging tussen producten en richting kostenplaatsen te schuiven. Dit is alleen toegestaan voor dezelfde beoogde maatschappelijke effecten (anders is dit een raadsbevoegdheid). De verschuiving vindt voor de besteding plaats. De raad is bevoegd om over de programmagrenzen heen te schuiven van het ene product naar het andere. Hierbij moeten ook de benoemde (maatschappelijke) effecten betrokken worden. Dit wordt tussentijds aangeboden met de bestuursrapportages.
Voor budgetverschuivingen op kostenplaatsen zijn dezelfde bevoegdheden van toepassing als de hierboven bij sub b) en c) vermelde bevoegdheden. De verschuiving vindt voor de besteding plaats.
Het realiseren van budget voor nieuw beleid of het doen van uitgaven ten laste van de post onvoorzien waarbij de voorwaarden van deze laatste zijn dat een uitgave onvoorzien én onvermijdelijk én onuitstelbaar moet zijn, is besluitvorming van de raad benodigd.