Naar hoofdinhoud
Individuele woning in bestaande wijk Aan de hand van bijlage 1 kan bepaald worden binnen welke sector de woning behoort en wat daarbij de parkeernorm is. Afronding van de parkeernorm vindt als volgt plaats: kleiner dan 0,5 = 0 en groter of gelijk aan 0,5 = 1. Bij de bouw van een individuele woning in een bestaande wijk dient het theoretische aantal parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Er wordt hierbij dus geen rekening gehouden met de rekenfactoren (zie tabel op pagina 10). In het geval van individuele woningen is het op eigen terrein onafhankelijk van elkaar kunnen wegrijden geen vereiste. Bij individuele woningen mogen op eigen terrein meer parkeerplaatsen worden aangelegd dan de parkeernorm aangeeft. Hieraan worden voorwaarden gesteld met betrekking tot de bereikbaarheid. Deze zijn vastgelegd in het zogenaamde uitrittenbeleid. De regels omtrent de aanleg c.q. uitbreiding van uitritten bij woningen zijn opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Rekenvoorbeeld In een bestaande wijk in de kern Gulpen wordt 1 dure sector woning gebouwd. Parkeernorm: 1,7 Afronding groter dan 0,5 betekent dat 2 parkeerplaatsen op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd. Onafhankelijk van elkaar wegrijden is bij individuele woningen geen vereiste. Aanvrager kan dus kiezen uit het realiseren van: garage en een oprit (beide 5,0 m diep en 2,5 m breed) een brede oprit (5,0 m diep en 5,0 m breed) een lange oprit (10,0 m diep en 2,5 m breed) Meerdere woningen Bij de bouw van meerdere woningen is het noodzakelijk dat per woning 0,4 parkeerplaatsen in het openbare gebied worden aangelegd. Daarnaast blijkt uit de praktijk dat de beschikbare parkeergelegenheden op eigen terrein niet altijd als zodanig worden gebruikt. Voor parkeervoorzieningen op eigen terrein worden daarom bij de bouw van meerdere woningen de rekenwaarde gehanteerd uit de tabel op pagina 10. parkeervoorziening theoretisch aantal berekenings- aantal³ opmerking Enkele oprit zonder garage 1,0 0,8 Oprit min. 5,0 meter diep en 2,5 meter breed Lange oprit zonder garage of carport 2,0 1,0 Oprit min. 10,0 meter diep en 2,5 meter breed Dubbele oprit zonder garage of carport 2,0 1,7 Oprit min. 5,0 meter diep en 5,0 meter breed Garage zonder oprit (bij woning) 1,0 0,6 Garage min. 5,0 meter diep en 2,5 meter breed Garagebox (niet bij woning) 1,0 0,7¹ Garage min. 5,0 meter diep en 2,5 meter breed Garage met enkele oprit 2,0 1,2 Oprit en garage min. 5,0 meter diep en 2,5 meter breed Garage met lange oprit 3,0 1,5² Oprit en garage min. 5,0 meter diep en 2,5 meter breed Garage met dubbele oprit 3,0 2,0² Oprit en garage min. 5,0 meter diep en 2,5 meter breed Mits de parkeerplaats ook in gronduitgiftevoorwaarden en koopovereenkomsten is/wordt vastgelegd. Berekeningsaantal is nooit hoger dan de parkeernorm. Bij nieuwbouwprojecten altijd 0,4 parkeerplaats per woning op openbaar terrein (bezoekersdeel). Uitgangspunt bij de toepassing van de parkeernormen bij meerdere woningen is een gebiedsgerichte aanpak. Dit betekent dat niet per woning bepaald wordt wat de parkeernorm is, maar voor het gehele gebied. In het geval van woningen is het onafhankelijk van elkaar kunnen wegrijden op eigen terrein geen vereiste. Afronding van de parkeernormen vindt als volgt plaats: kleiner dan 0,5 = 0 en groter of gelijk aan 0,5 = De afronding vindt plaats in de allerlaatste fase bij de bepaling van het totaal noodzakelijke aantal parkeerplaatsen. Rekenvoorbeelden Rekenvoorbeeld 1: Kern Gulpen: 10 woningen dure sector met lange oprit zonder garage/carport. Noodzakelijk aantal parkeerplaatsen: 10 * 1,7 = 17 parkeerplaatsen Aanwezig conform berekeningsaantal: 10 * 1,0 = 10 parkeerplaatsen Noodzakelijk aantal parkeerplaatsen op openbaar terrein (volgens berekening): 17 - 10 = 7 parkeerplaatsen. Per woning is altijd tenminste 0,4 parkeerplaats op openbaar terrein noodzakelijk. Dit betekent dat 10* 0,4 = 4 parkeerplaatsen op openbaar terrein noodzakelijk zijn. Hieraan wordt ruim voldaan. Rekenvoorbeeld 2: Kern Gulpen: 10 woningen sociale sector garage en een enkele oprit. Noodzakelijk aantal parkeerplaatsen: 10 * 1,3 = 13 parkeerplaatsen Aanwezig conform berekeningsaantal: 10 * 1,2 = 12 parkeerplaatsen Noodzakelijk aantal parkeerplaatsen op openbaar terrein (volgens berekening): 13 - 12 = 1 parkeerplaats. Echter, per woning is altijd tenminste 0,4 parkeerplaats op openbaar terrein noodzakelijk. Dit betekent dat 10* 0,4 = 4 parkeerplaatsen op openbaar terrein noodzakelijk zijn. Meerdere voorzieningen Uitgangspunt bij de toepassing van de parkeernormen is een gebiedsgerichte aanpak. De ervaring leert dat veel bestaande parkeerproblemen zijn veroorzaakt doordat juist niet gekozen is voor een gebiedsgerichte aanpak. In plaats van afzonderlijke functies te beschouwen wordt de parkeervraag van verschillende functies met elkaar in verband gebracht. Een gebiedsgerichte aanpak kan leiden tot een efficiëntere benutting van parkeercapaciteit. Een parkeerplaats voor een winkelvoorziening kan bijvoorbeeld in de avonduren worden benut door bewoners of bezoekers van horeca. Bij een gebiedsgerichte aanpak moet rekening worden gehouden met bestaande aanwezige parkeercapaciteit en/of parkeerdruk. De wijze waarop wordt omgegaan met parkeervoorziening op eigen terrein (woningbouw) en de aanwezigheidspercentages (mogelijkheden dubbelgebruik) zijn dan van belang. Parkeerplaatsen zijn dikwijls uitwisselbaar, waardoor het niet noodzakelijk is de som van het aantal parkeerplaatsen van de functies in een gebied aan te leggen, maar slechts een deel ervan. Onder uitwisselbaarheid wordt hier verstaan dat meerdere functies op verschillende momenten gebruik kunnen maken van dezelfde parkeerplaatsen. De mogelijkheden voor uitwisselbaarheid in een gebied hangen af van de locatiekeuze van de parkeerplaatsen en de mate waarin de maximale parkeerbehoefte van verschillende functies in de tijd samenvallen. Bij meervoudig gebruik van parkeerplaatsen kan door de gemeente vrijstelling van een deel van de parkeereis worden verleend. In bijlage 2 is de procentuele parkeerbehoefte per dag of dagdeel weergegeven. In de CROW publicatie 182; ‘Parkeerkencijfers - Basis voor parkeernormering’ van maart 2004 is een rekenvoorbeeld uitgewerkt. Afronding van de parkeernormen binnen de op te stellen parkeerbalans vindt als volgt plaats: kleiner dan 0,5 = 0 en groter of gelijk aan 0,5 = 1. De afronding vindt plaats in de allerlaatste fase bij de bepaling van het totaal noodzakelijke aantal parkeerplaatsen. Met uitzondering van woningen is het noodzakelijk dat parkeerders onafhankelijk van elkaar kunnen wegrijden. Hoe om te gaan met parkeren bij reconstructies binnen een gebied? Indien er op een locatie woningen of bedrijven gesloopt worden en op dezelfde locatie nieuwbouw wordt gepleegd, dan zal er voor het bepalen van het benodigde aantal parkeerplaatsen als volgt te werk worden gegaan. Eerst bepalen wat het gesloopte- of te slopen- pand voor parkeerbehoefte heeft op eigen terrein en in het openbare gebied in de directe omgeving van dat pand. Hiervoor wordt de parkeernormering van de ASVV 1996 gehanteerd. Vervolgens wordt dan bepaald wat er voor de nieuwbouw aan parkeren nog nodig is aan de hand van de in de bijlage opgenomen parkeernormen. Vervolgens wordt dan bepaald wat er nog extra aan parkeren moet worden gerealiseerd op eigen terrein en in het openbare gebied. Hoe om te gaan met parkeren in parkeergarages bij appartementencomplexen etc.? Uitgangspunt bij het aanleggen van parkeervoorzieningen is een zekere mate van uitwisselbaarheid van die parkeerplaatsen. Daarom zal uitgegaan worden van het principe dat er per woning of appartement 1 parkeerplaats in de parkeergarage meegeteld zal worden in de parkeernormering. Het overige deel van de parkeernorm moet daarom in het openbare gebied of in het openbaar toegankelijke deel van de parkeergarage worden gerealiseerd. Voor extra dure woningen of zogenaamde penthouses dienen 2 parkeerplaatsen in de parkeergarage te worden meegeteld. Samenvatting berekeningsmethode Voor een nieuwe ontwikkeling wordt voor de afzonderlijke functies de parkeernorm berekend. De norm wordt aangepast aan mogelijk dubbelgebruik binnen de functies. Voor reeds aanwezige functies wordt (voor zover de huidige parkeerplaatsen blijven bestaan) de oude norm afgetrokken van het totaal. De parkeernorm (de te verwachten parkeerbehoefte) is nu bekend. Gekeken wordt hoeveel auto’s op eigen terrein een plaats kunnen vinden. Gekeken wordt hoeveel auto’s bij derden een plaats kunnen vinden via een koop of huurovereenkomst. Het parkeeraanbod is nu bekend. De norm minus het aanbod geeft het overschot/tekort.

Rechtspraak bij dit artikel