Naar hoofdinhoud
Interne lijn Als er een omgevingsvergunning aanvraag binnenkomt wordt er als volgt getoetst: Stap 1 – Is het vergunningsvrij? Kan er niet vergunningsvrij worden gebouwd, dan wordt doorgegaan naar stap 2. Stap 2 – toets aan bestemmingsplan: de directe bouw- en gebruiksmogelijkheden. Als het plan in strijd is met het bestemmingsplan, dan wordt doorgegaan naar stap 3. Stap 3 – binnenplanse afwijkingsmogelijkheden: flexibiliteitsregels uit het vigerende bestemmingsplan waarbij onder voorwaarden kan worden afgeweken van het bestemmingsplan. Als de binnenplanse afwijkingsmogelijkheden geen mogelijkheid bieden om af te wijken van het bestemmingsplan, dan wordt doorgegaan naar stap 4. Stap 4 – toets aan buitenplanse kleine afwijkingmogelijkheden: artikel 2.7. Wabo jo. artikel 4 van bijlage II Bor; dit beleid. Als een plan niet voldoet aan dit beleid om af te wijken van het bestemmingsplan, dan wordt doorgegaan naar stap 5. Stap 5 – toets om af te wijken van het beleid: hardheidsclausule (zie deel II, paragraaf 1). De bouwplantoetser van Team Leefomgeving toetst de omgevingsvergunningaanvraag aan artikel 4 van bijlage II van het Bor en deze beleidsregels. Bij twijfel over de toepassing van de beleidsregels vindt overleg plaats met de beleidsmedewerkers en juristen van het Team Leefomgeving via het wekelijkse afstemmingsoverleg. Relatie met afwijken van het bestemmingsplan met behulp van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3° van de Wabo Als het niet mogelijk is om via bovengenoemde mogelijkheden af te wijken van het bestemmingsplan, dan is het mogelijk om een omgevingsvergunning te verlenen als de aanvraag is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. Voorheen werd een dergelijke mogelijkheid aangeduid als een projectbesluit. Deze buitenplanse afwijkingsmogelijkheid is opgenomen in artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3° van de Wabo. Deze ruimtelijke ontwikkelingen hebben een grotere ruimtelijke betekenis dan de gevallen die in dit beleid centraal staan. Gevallen die geweigerd worden op basis van dit beleid, ‘promoveren’ niet tot een aanvraag om een afwijking als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3° van de Wabo 1 ABRvS 26 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:58. Bij een afwijking van een bestemmingsplan met behulp van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3° van de Wabo is de uitgebreide procedure van toepassing. Hierbij geldt een beslistermijn van 6 maanden. Verder vervangt een afwijking van een bestemmingsplan met behulp van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3° van de Wabo niet het onderliggende bestemmingsplan. De planologische afwijking dient wel te worden opgenomen bij een volgende herziening van het bestemmingsplan. Betrokkenheid college De toepassing van de beleidsregels is geen recht maar een bevoegdheid van het college. Het college handelt in principe conform dit beleid, tenzij op goede gronden hier in uitzonderlijke gevallen van moet worden afgeweken(hardheidsclausule, zie deel II, paragraaf 1). Op de beschikking is de mandaatregeling van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel