Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van Rioolheffing 2020

1.. De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 2.. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in belastingjaar naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. 3.. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen of bedrijfsteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschied op grond van enige andere wettelijke bepaling. 4.. Indien blijkt, dat het toegevoerde water niet op de riolering is afgevoerd en indien deze hoeveelheid ten minste 20% van de toegevoerde hoeveelheid water bedraagt, wordt de op de voet van het eerste lid bepaalde hoeveelheid afvalwater verminderd met de op andere wijze afgevoerde hoeveelheid. 5.. Indien de in artikel 3, eerste lid bedoelde perceel, in verband met het ontbreken van een afzonderlijke watermeter, niet de hoeveelheid afvalwater kan worden vastgesteld zoals hiervoor omschreven wordt: Voor tot woning dienende perceel de hoeveelheid afvalwater bepaald op 45 m3 per persoon, per jaar; Voor de gebruikers van niet tot woning dienende percelen de verdeelsleutel gehanteerd zoals deze door de respectievelijke gebruikers worden gebruikt voor de onderlinge verdeling van de waternota van waterbedrijf Vitens N.V. en bij het ontbreken van een dergelijke regeling overgaan tot een zo reëel mogelijke verdeling op basis van de beschikbare gegevens.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel