**1..** Bij de toepassing van de tarieven voor woonschepen, vlotten, alsmede aanhorigheden wordt de belasting berekend aan de hand van de gebiedsindeling, genoemd in de Tarieventabel, waarbij de aldaar genoemde gebieden corresponderen met de stadsdelen genoemd in artikel 1, onderdeel i van deze Verordening.
**2..** Bij de toepassing van de tarieven voor passagiersvaartuigen;
wordt de belasting berekend aan de hand van de in de tabel onder Gebied 2 vermelde tarieven;
vindt, in afwijking van het bepaalde onder a, met betrekking tot de belastbare feiten van passagiersvaartuigen in het gebied in de tabel als Gebied 1 aangeduid, het daar vermelde tarief toepassing waarbij Gebied 1 het gebied betreft dat wordt begrensd door:
aan de noordzijde: het IJ;
aan de oostzijde: Oosterdok, Nieuwe Herengracht, Amstel vanaf de Blauwbrug tot Amstelkanaal;
aan de zuidzijde: het Amstelkanaal, Noorder Amstelkanaal, Stadiongracht;
aan de westzijde: Schinkel, Kostverlorenvaart, Kattensloot, Singelgracht vanaf Kattensloot en Elandsgracht, een en ander zoals weergegeven in de kaart behorende bij de tabel.
Betreft Gebied 2 het gehele grondgebied van de gemeente Amsterdam, met uitzondering van Gebied 1.
**3..** Bij de toepassing van de tarieven voor terrassen
wordt het hoge tarief, genoemd in de onderdelen 1.1.1 en 1.2.1 van de tabel, toegepast in de volgende stadsdelen en buurtcombinaties
Stadsdelen
A Centrum, met uitzondering van de volgende buurten:
A09a Marine-Etablissement
A09b Kattenburg
A09c Wittenburg
A09d Oostenburg
A09e Czaar Peterbuurt
A09f Het Funen
K Zuid, voor zover het de volgende buurtcombinaties betreft:
K24 Oude Pijp
K25 Nieuwe Pijp
K26 Zuid-Pijp
K47 Museumkwartier
welke stadsdelen, buurten en buurtcombinaties zijn vastgesteld bij Besluit van het college van burgemeester en wethouders van 9 juni 2015 tot Wijziging van de statistische buurtindeling van Amsterdam per 1 januari 2015, Gemeenteblad 2015, 56979, en zijn vastgelegd in de bij dat Besluit behorende en van dat Besluit deel uitmakende kaarten en tevens zijn te raadplegen op https://maps.amsterdam.nl/gebiedsindeling/;
wordt het lage tarief genoemd in de onderdelen 1.1.2 en 1.2.2 van de tabel toegepast in de overige gedeelten van de in het voorgaande lid genoemde stadsdelen, alsmede in de stadsdelen Oost en West;
wordt de belasting in de stadsdelen Noord, Zuidoost, Nieuw-West, Westpoort en stadsgebied Weesp berekend aan de hand van de tarieven, genoemd in de onderdelen 1.1.3 en 1.2.3 van de Tarieventabel;
wordt de belasting berekend over de oppervlakte van het ingenomen terras, met inbegrip van de ruimten tussen het terrasmeubilair.
**4..** Bij toepassing van de tarieven voor bedrijfsvaartuigen en stationerende vaartuigen geldt voor de gehele gemeente een gelijk tarief.
**5..** Bij toepassing van de tarieven:
Wordt, voor zover van toepassing, voor de berekening van de belasting uitgegaan van de maten van het grootste buitenwerk gemeten vlak of bij niet-rechthoekige vlakken van twee denkbeeldig langs de uitersten van het vlak getrokken lijnen, die loodrecht op elkaar staan;
bij het bepalen van de heffingsmaatstaf wordt voor terrassen uitgegaan van de vergunde oppervlakte, tenzij blijkt dat de feitelijk ingenomen oppervlakte waarvan de belastingplichtige het genot of gebruik heeft, groter is dan vergund. Indien blijkt dat de oppervlakte groter is dan de vergunde oppervlakte dan wordt voor de berekening van de belasting uitgegaan van de maten van het grootste buitenwerk gemeten vlak of bij niet-rechthoekige vlakken van twee denkbeeldig langs de uitersten van het vlak getrokken lijnen, die loodrecht op elkaar staan;
wordt, indien meer dan één voorwerp op gemeentegrond door een zelfde belastingplichtige wordt gehouden of meer dan één gemeentebezitting wordt gebruikt en deze naar maatschappelijke opvattingen bij elkaar behoren, voor de berekening van de belasting de tussenliggende ruimte mede in aanmerking genomen.
**6..** Ingeval van toepassing van jaar- of (zomer- of winter-)seizoentarieven worden aanslagen van €10,- of minder niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één aanslag.