Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Tarieftoepassing

Onderdeel van Verordening precariobelasting Amsterdam 2020

1.. Bij de toepassing van de tarieven voor woonschepen, vlotten, alsmede aanhorigheden wordt de belasting berekend aan de hand van de gebiedsindeling, genoemd in de Tarieventabel, waarbij de aldaar genoemde gebieden corresponderen met de stadsdelen genoemd in artikel 1, onderdeel i van deze Verordening. 2.. Bij de toepassing van de tarieven voor passagiersvaartuigen; wordt de belasting berekend aan de hand van de in de tabel onder Gebied 2 vermelde tarieven; vindt, in afwijking van het bepaalde onder a, met betrekking tot de belastbare feiten van passagiersvaartuigen in het gebied in de tabel als Gebied 1 aangeduid, het daar vermelde tarief toepassing waarbij Gebied 1 het gebied betreft dat wordt begrensd door: aan de noordzijde: het IJ; aan de oostzijde: Oosterdok, Nieuwe Herengracht, Amstel vanaf de Blauwbrug tot Amstelkanaal; aan de zuidzijde: het Amstelkanaal, Noorder Amstelkanaal, Stadiongracht; aan de westzijde: Schinkel, Kostverlorenvaart, Kattensloot, Singelgracht vanaf Kattensloot en Elandsgracht, een en ander zoals weergegeven in de kaart behorende bij de tabel. Betreft Gebied 2 het gehele grondgebied van de gemeente Amsterdam, met uitzondering van Gebied 1. 3.. Bij de toepassing van de tarieven voor terrassen wordt het hoge tarief, genoemd in de onderdelen 1.1.1 en 1.2.1 van de tabel, toegepast in de volgende stadsdelen en buurtcombinaties Stadsdelen A Centrum, met uitzondering van de volgende buurten: A09a Marine-Etablissement A09b Kattenburg A09c Wittenburg A09d Oostenburg A09e Czaar Peterbuurt A09f Het Funen K Zuid, voor zover het de volgende buurtcombinaties betreft: K24 Oude Pijp K25 Nieuwe Pijp K26 Zuid-Pijp K47 Museumkwartier welke stadsdelen, buurten en buurtcombinaties zijn vastgesteld bij Besluit van het college van burgemeester en wethouders van 9 juni 2015 tot Wijziging van de statistische buurtindeling van Amsterdam per 1 januari 2015, Gemeenteblad 2015, 56979, en zijn vastgelegd in de bij dat Besluit behorende en van dat Besluit deel uitmakende kaarten en tevens zijn te raadplegen op https://maps.amsterdam.nl/gebiedsindeling/; wordt het lage tarief genoemd in de onderdelen 1.1.2 en 1.2.2 van de tabel toegepast in de overige gedeelten van de in het voorgaande lid genoemde stadsdelen, alsmede in de stadsdelen Oost en West; wordt de belasting in de stadsdelen Noord, Zuidoost, Nieuw-West, Westpoort en stadsgebied Weesp berekend aan de hand van de tarieven, genoemd in de onderdelen 1.1.3 en 1.2.3 van de Tarieventabel; wordt de belasting berekend over de oppervlakte van het vergunde terras, met inbegrip van de ruimten tussen het terrasmeubilair; wordt, indien sprake is van een vergunning, bij het bepalen van de heffingsmaatstaf voor terrassen uitgegaan van de voor het terras vergunde oppervlakte; indien er geen sprake is van een vergunning of indien het terras groter is dan het vergunde terras oppervlak, dan wordt de door het terras ingenomen oppervlak belast met inbegrip van de ruimten tussen het terrasmeubilair. Dan wordt voor de berekening van de belasting uitgegaan van de maten van het grootste buitenwerk gemeten vlak of bij niet-rechthoekige vlakken van twee denkbeeldig langs de uitersten van het vlak getrokken lijnen, die loodrecht op elkaar staan. 4.. Bij toepassing van de tarieven voor bedrijfsvaartuigen en stationerende vaartuigen geldt voor de gehele gemeente een gelijk tarief. 5.. Bij toepassing van de tarieven: wordt, voor zover van toepassing, voor de berekening van de belasting uitgegaan van de maten van het grootste buitenwerk gemeten vlak. Bij niet-rechthoekige vlakken wordt voor de berekening van de belasting uitgegaan van twee denkbeeldig langs de uitersten van het vlak getrokken lijnen, die loodrecht op elkaar staan; wordt, indien meer dan één voorwerp op gemeentegrond door een zelfde belastingplichtige wordt gehouden of meer dan één gemeentebezitting wordt gebruikt en deze naar maatschappelijke opvattingen bij elkaar behoren, deze oppervlakten bij elkaar opgeteld. Voor de berekening van de belasting wordt de tussenliggende ruimte op de terrasdelen mede in aanmerking genomen. 6.. Bij de toepassing van de tarieven worden aanslagen van €10,- of minder niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één aanslag

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel