Als grondslag voor de berekening van het havengeld geldt:
Voor vaartuigen als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de bij deze verordening behorende tarieventabel, de bovendeks gemeten grootste lengte, afgerond op hele meters naar boven.
Voor vaartuigen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, sub a, b, c, d, f en g en lid 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, de lengte van het vaartuig, zoals vermeld is in de voor het vaartuig geldende meetbrief. Bij gebreke aan een meetbrief of daarmee gelijk te stellen document, bij weigering een dergelijk document te tonen of ingeval dit de grootste lengte niet vermeldt dan wel bij weigering toe te laten dat het vaartuig vanwege de gemeente wordt gemeten, wordt de lengte door de daartoe aangewezen ambtenaar vastgesteld.
Als grondslag voor de berekening van het kadegeld geldt: het aantal vierkante meters ingenomen grondoppervlakte en de tijdsduur van het gebruik van de kade.
Artikel 5
Grondslag van de rechten
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven- en kadegeld