Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van de watertoeristen-belasting 2020

Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen: het aantal personen dat verblijf heeft gehouden, bepaald op: 2,2 personen bij een pleziervaartuig met een lengte van ten hoogste 10 meter; 2,0 personen bij een pleziervaartuig met een lengte van meer dan 10 meter; tweederde van het aantal slaapplaatsen bij zeilende bedrijfsvaartuigen. het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden bepaald op: 14 voor pleziervaartuigen met een lengte van ten hoogste 10 meter; 16 voor pleziervaartuigen met een lengte van meer dan 10 meter 26 voor zeilende bedrijfsvaartuigen. Ter zake van zeilende bedrijfsvaartuigen zonder vaste ligplaats voor korter dan drie maanden wordt: het aantal personen, dat verblijf heeft gehouden bepaald op: 8 bij een vaartuig met een lengte van 10 tot 20 meter; 15 bij een vaartuig met een lengte van 20 tot 30 meter; 22 bij een vaartuig met een lengte van 30 meter of meer;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel