**1..** Het bestuursorgaan besluit in beginsel om een aanvraag om een beschikking buiten behandeling te laten bij weigering van de betrokkene om het in artikel 7.1 bedoelde Bibob-vragenformulier of de Bibob-vragenlijst volledig in te vullen of om de op basis van het Bibob-vragenformulier of de Bibob-vragenlijst verzochte gegevens volledig te verstrekken.
**2..** Het bestuursorgaan zal, als het Bibob-onderzoek wordt gedaan met het oog op een beslissing ter zake van de intrekking van een beschikking, een beschikking in beginsel intrekken bij weigering van de betrokkene om het in artikel 7.1 bedoelde Bibob-vragenformulier of de Bibob-vragenlijst volledig in te vullen of om de op basis van het Bibob-vragenformulier of de Bibob-vragenlijst verzochte gegevens volledig te verstrekken, waarbij de weigering overeenkomstig artikel 4 van de wet wordt aangemerkt als ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de wet.
**3..** De betrokkene wordt in de gelegenheid gesteld het gebrek in de verstrekking van gegevens te herstellen conform de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht.
**4..** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de betrokkene weigert aanvullende gegevens te verschaffen aan het Bureau in het geval, bedoeld in artikel 12, derde lid van de wet.
**5..** Indien volgens het eigen onderzoek of volgens het advies van het Bureau sprake is van ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet gaat het bestuursorgaan in beginsel over tot:
een negatief besluit op de aanvraag om een beschikking, waaronder begrepen een subsidie;
een besluit tot intrekking van een beschikking, waaronder begrepen een subsidie;
**6..** Het bestuursorgaan kan, voor zover blijkt dat geen sprake is van ernstig gevaar, bij mindere mate van gevaar aan de beschikking voorschriften verbinden die zijn gericht op het wegnemen of beperken van dergelijk gevaar. Eenzelfde bevoegdheid bestaat indien sprake is van een ernstig gevaar waarbij de ernst van de strafbare feiten weigering of intrekking van de beschikking niet rechtvaardigt. Een gegeven voorschrift kan worden gewijzigd. Indien niet wordt voldaan aan een voorschrift kan de beschikking worden ingetrokken.
**7..** Het bestuursorgaan gaat in beginsel over tot een negatief besluit op de aanvraag om een beschikking of tot intrekking van een beschikking, indien volgens het eigen onderzoek of volgens het advies van het Bureau sprake is van een vermoeden dat ter verkrijging of behoud van de aangevraagde dan wel gegeven beschikking een strafbaar feit is gepleegd als bedoeld in artikel 3, zesde lid van de wet. Een negatief besluit op de aanvraag of intrekking vindt slechts plaats indien deze tenminste evenredig is met, ingeval van vermoedens, de ernst daarvan en met de ernst van het strafbare feit.
**8..** Voordat een bestuursorgaan aan een beschikking voorschriften verbindt als bedoeld in artikel 3, zevende lid van de wet, en voordat een bestuursorgaan een voor de betrokkene negatieve beslissing (een negatief besluit op de aanvraag om een beschikking of een besluit tot intrekking van een beschikking) neemt op grond van ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de wet, dan wel op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 3, zesde lid van de wet, stelt het de betrokkene in de gelegenheid een zienswijze naar voren te brengen.
**9..** Een door het bestuursorgaan op grond van de wet genomen negatief besluit op de aanvraag voor een beschikking of besluit tot intrekking van de beschikking is vatbaar voor bezwaar. Tegen de beslissing op bezwaar kan beroep worden ingesteld.