Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Vervanging dienstkleding tijdens levensduur

Onderdeel van Regeling Dienstkleding

1. Tot vernieuwing van de dienstkleding wordt eerst overgegaan nadat de werkgever (i.c. afdeling BMO / taakveld FaZa) deze voor gebruik ongeschikt heeft verklaard, danwel de levensduur van de dienstkleding is verstreken. 2. Wanneer de dienstkleding gedurende de levensduur is zoekgeraakt of naar het oordeel van de werkgever (i.c. de afdeling BMO / taakveld FaZa) niet meer voldoet aan de daaraan te stellen eisen in verband met veiligheid en representativiteit en niet meer door het verrichten van herstellingen in bruikbare of behoorlijke staat is te brengen, wordt aan de werknemer nieuwe dienstkleding verstrekt. 3. Indien vervanging van de dienstkleding, bedoeld in het tweede lid, is te wijten aan schuld of nalatigheid van de werknemer, dan kan deze verplicht worden gesteld de schade te vergoeden op basis van een door de werkgever vastgesteld bedrag, welke wordt bepaald op een naar de mate van verwijtbaarheid en in verband met de levensduur evenredig bedrag van de daarop nog toe te passen maandelijkse afschrijving van het te vervangen kledingstuk. 4. De krachtens dit artikel vervangen dienstkleding dient te allen tijde te worden ingeleverd bij de werkgever (i.c. de afdeling BMO / taakveld FaZa).

Rechtspraak bij dit artikel