Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Intrekkingsgronden

Onderdeel van Verordening speelautomatenhallen Nieuwegein 2019

1.. De burgemeester trekt de vergunning in, indien: blijkt, dat de vergunning ten gevolge van onjuiste of onvolledige opgave van gegevens is verleend en de vergunning niet zou zijn verleend als de juiste dan wel volledige gegevens waren verstrekt; de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd, dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 8, onder b, c, d, e, f , g dan wel h van deze verordening; de vergunninghouder niet langer gerechtigd is om over de ruimte te beschikken. de bij of krachtens titel VA van de Wet op de Kansspelen gestelde bepalingen of de bepalingen van deze verordening worden overtreden; gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen; de exploitatie van de speelautomatenhal voor een periode van langer dan 26 weken wordt onderbroken. Alle uiteindelijk zeggenschaphebbenden uit de onderneming zijn getreden. 2.. De burgemeester kan de vergunning voorts intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel