Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Vergunningvoorschriften speelautomatenhal

Onderdeel van Verordening speelautomatenhallen Nieuwegein 2019

1.. Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze hebben in ieder geval betrekking op: de openings- en sluitingstijden van de speelautomatenhal; het toezicht in de speelautomatenhal; het aantal en type speelautomaten dat mag worden opgesteld; de exploitatie van de hal; 2.. De vergunning kan uitsluitend op naam van de exploitant of exploitanten worden gesteld en is niet overdraagbaar. 3.. In de vergunning worden de namen van de direct leidinggevenden vermeld. 4.. Aan de vergunning wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat alleen kansspelautomaten mogen worden opgesteld, welke in eigendom toebehoren aan personen die in het bezit zijn van de in artikel 30 h, eerste lid van de Wet, bedoelde vergunning en dat de vergunninghouder zorg draagt voor een beleid ter voorkoming van kansspelverslaving. 5.. De burgemeester neemt als vergunningsvoorschrift op dat de vergunninghouder desgevraagd verplicht is op elk moment gedurende de looptijd van de vergunning een BIBOB-formulier in te vullen/gegevens te verstrekken, indien de burgemeester hier reden toe acht. 6.. Indien de omstandigheden ter plaatse daartoe aanleiding geven, worden aan de vergunning voorts voorschriften verbonden ten aanzien van de wijze van werving en reclame, gericht tot de speler. 7.. De burgemeester kan als vergunningsvoorschrift in de vergunning opnemen dat binnen een gegeven termijn, aanvullend/nader beleid ter voorkoming van kansspelverslaving dient te worden ingeleverd. 8.. De burgemeester kan als vergunningvoorschrift in de vergunning opnemen dat de exploitant(en)/leidinggevende(n) op zijn verzoek een geldig Bewijsstuk Verslavingszorg verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel