Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Vervoermiddel voor dienstreizen boven de lijn Roermond

Onderdeel van Regeling vergoeding reis- en verblijfskosten en gebruik eigen motorvoertuig/(brom-)fiets of dienstauto voor de dienst

Voor reizen boven de lijn Roermond gelden de volgende bepalingen: a. Reizen vinden zoveel als mogelijk plaats met het openbaar vervoer. b. Bij gebruik openbaar vervoer wordt gereisd op aan de hand van de NS businesscard. c. Indien de dienstreis niet of niet op doelmatige wijze per openbaar vervoer kan worden ondernomen, mag betrokkene voor de dienstreis gebruik maken van een eigen motorvoertuig of (brom-)fiets. d. Bij gebruik van het eigen motorvoertuig in de zin van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen geldt de volgende voorwaarde: de gemeente wordt gevrijwaard voor elke vorm en mate van schade en aansprakelijkheid welke voortvloeien uit dienstreizen gemaakt met het eigen motorrijtuig in de zin van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen. De gemeente zal met name nimmer schade aan het eigen motorrijtuig in de zin van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, hoe ook genaamd, vergoeden welke tijdens dienstreizen ontstaat. e. Indien noodzakelijk, is het toegestaan tijdens een dienstreis in combinatie met het openbaar vervoer tevens gebruik te maken van een taxi. f. Voor reizen boven de lijn Roermond staat de dienstauto niet ter beschikking.

Rechtspraak bij dit artikel