Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
“vaartuig”: vaartuig in de zin van de Havenverordening;
“schipper” schipper in de zin van de Havenverordening;
“havenmeester”: havenmeester in de zin van de Havenverordening;
“gemeentelijk vaarwater”: gemeentelijk vaarwater in de zin van de Havenverordening;
Week: een tijdvak van zeven achtereenvolgende dagen;
Reis: het binnenkomen en ligplaats kiezen van een vaartuig bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water van zaken in, en het weer verlaten van het gemeentelijk vaarwater;
Vrachtschip: een vaartuig dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het vervoer van zaken en als vrachtschip op de meetbrief is aangemerkt;
Waterverplaatsing: de in m3 uitgedrukte waterverplaatsing bij de grootste toegelaten diepgang van het vaartuig volgens een bij het vaartuig behorende geldige meetbrief, met dien verstande dat voor het bepalen van de waterverplaatsing deze diepgang op maximaal 2,80 meter wordt gesteld waarbij 1.000 kg laadvermogen gelijkgesteld wordt met 1 m3 waterverplaatsing;
meetbrief: het document als bedoeld in de Meetbrievenwet 1981;
sleepboot: een vaartuig dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het slepen of duwen van andere vaartuigen.
Hoofdstuk 1
Artikel 2.