De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:
door degenen die verblijf houden aan boord van:
een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden;
kano's, roei en volgboten;
motor en zeilboten met een lengte van ten hoogste vier meter;
een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt;
waarvoor de gemeente
toeristenbelasting heft ingevolge de Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting;
forensenbelasting heft ingevolge de Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting;
van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van de voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2, van de verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
door degene, die op de eerste dag van het verblijf, de leeftijd van 13 jaar nog niet heeft bereikt;
van scholieren vallend onder de Wet op het voortgezet (speciaal) onderwijs (WVO) die in het kader van het onderwijs in groepsverband deelnemen aan zeilkampen.
Artikel 5
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2020