Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Algemeen

Onderdeel van Damoclesbeleid gemeente Beek 2020

Lid 1: Als beleidsuitgangspunt wordt als regel gekozen voor het opleggen van een last onder bestuursdwang en niet voor het opleggen van een dwangsom. Een last onder bestuursdwang is een directer middel dat in tegenstelling tot de dwangsom binnen een concreet gestelde begunstigingstermijn tot feitelijke beëindiging van de overtreding leidt. Lid 2: Bij het opleggen van een last onder bestuursdwang wordt in principe gekozen voor sluiting van de woning/het lokaal. Dit moet als de meest effectieve maatregel worden beschouwd om de met de Opiumwet strijdige situatie te doen beëindigen en herhaling ervan te voorkomen. Bij wijze van uitzondering kan in concrete gevallen, waar het middel van sluiting niet adequaat of niet evenredig is, bekeken worden welke andere bestuursrechtelijke maatregel dient te worden toegepast. Lid 3 De sluitingsbevoegdheid van de burgemeester op basis van artikel 13b Opiumwet en de overige daarmee samenhangende maatregelen kan uitsluitend toepassing krijgen op basis van schriftelijke bewijsstukken. Lid 4 Als begunstigingstermijn wordt een periode van 72 uur aangehouden waarbinnen betrokkene zelf in de gelegenheid is om gehoor te geven aan de opgelegde last. Bij lokalen geldt dat binnen het eerste uur van deze 72 uur de klanten uit de inrichting dienen te worden verwijderd. Lid 5 Indien er feitelijk tot sluiting wordt overgegaan zal de woning/het lokaal voor eenieder ontoegankelijk worden gemaakt. Lid 6 De duur van de sluiting is afhankelijk van de aard van het pand (woning/lokaal), de zwaarte van de overtreding en van de vraag of de woning/het lokaal reeds eerder gesloten is geweest en varieert van een sluiting voor drie maanden tot een sluiting voor onbepaalde tijd. Hierbij wordt verwezen naar de bijgevoegde handhavingsmatrix, onder artikel 5. Lid 7 De onderhavige beleidsregel met betrekking tot de toepassing van artikel 13b Opiumwet vormen een richtlijn waarvan de burgemeester in voorkomende gevallen kan afwijken. Lid 8 Voor het toepassen van de bevoegdheid voortvloeiende uit artikel 13b Opiumwet wordt verwezen naar aanwezigheid van verdovende middelen op lijst I en II van de Opiumwet. Op lijst II is hennep in al zijn verschijningsvormen opgenomen, hiervan zijn alleen de zaden uitgesloten. Lid 9 Met betrekking tot de omschrijving van het ‘’verkopen, afleveren, verstrekken dan wel daartoe aanwezig hebben’’ van verdovende middelen volgt uit het woord ‘’daartoe’’ dat de enkele aanwezigheid van verdovende middelen – ten behoeve van verkoop, aflevering of verstrekking de bevoegdheid verschaft tot sluiting. Teneinde een last onder bestuursdwang te kunnen opleggen is het niet vereist dat de verdovende middelen daadwerkelijk zijn verhandeld. Lid 10 Bij toepassing van de bevoegdheid voortvloeiende uit artikel 13b Opiumwet wordt aansluiting gezocht bij de artikelen 2, 3, 10 en 11 Opiumwet en de Aanwijzing Opiumwet. Concreet betekent dit dat sprake is van een overtreding in de zin van dit beleid bij een hoeveelheid softdrugs van meer dan 5 gram, bij een hoeveelheid van meer dan 5 hennepplanten en bij een hoeveelheid harddrugs van meer dan 0,5 gram. Lid 11 Een wijziging in de huursituatie wordt als niet ter zake doende beschouwd indien deze wordt aangebracht nadat het voornemen tot opleggen van een last onder bestuursdwang is uitgegaan. De ratio hierachter is dat de verhuurder niet met het plaatsen van andere huurders onder de genoemde last kan uitkomen. Het is immers op dat moment nog steeds noodzakelijk de loop van een dergelijk pand af te halen, het enkel plaatsen van nieuwe huurders leidt niet tot het voorkomen van herhaling van een met de Opiumwet strijdige situatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel