1. De aanvullende vergoeding voor onderhoud en verzekering van de maatwerkvoorziening kan niet hoger zijn dan wat onderhoud en verzekering zouden kosten indien de maatwerkoplossing/voorziening in natura zou zijn geleverd.
2. Indien de maatwerkoplossing een tweedehands voorziening betreft wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven, rekening houdend met onderhoud en verzekering.
3. Indien de kosten van de activiteiten om het resultaat te behalen bij een tweedehandsvoorziening minder zijn dan de gemiddelde maatwerkvoorziening in natura wordt de werkelijke kostprijs als pgb vastgesteld.
4. Voor de aanschaf van een sportvoorziening draagt het college maximaal € 3.060,00 per drie jaar bij.
Artikel 10a.
Aanvullende regels voor pgb zaak
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Reimerswaal 2020