Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Termijn briefadres

Onderdeel van Beleidsregel briefadres gemeente Molenlanden 2019

In de situatie als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder b, mag een briefadres worden gekozen voor de duur van maximaal zes maanden. Deze termijn kan steeds met maximaal drie maanden worden verlengd. In de situatie als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder d en e mag een briefadres worden gekozen voor de duur van maximaal de periode dat aangever buiten Nederland zal verblijven. Als de aangever voor het aflopen van de termijn als bedoeld in het eerste en tweede lid geen aangifte heeft gedaan van een woonadres, wordt door de aangever een verzoek ingediend om het briefadres te verlengen. In de situatie als bedoeld in artikel 2, lid 4 mag een briefadres worden verleend voor de duur die de burgemeester noodzakelijk acht. De aanvraag voor verlenging van het briefadres wordt beoordeeld met inachtneming van de artikelen 2 en 5. Als de termijn als bedoeld in het eerste of tweede lid is verstreken en door de aangever niet een verzoek als bedoeld in het derde lid is gedaan, wordt deze met toepassing van art. 2.45 eerste lid wet BRP opgeroepen om inlichtingen te verschaffen. Onverminderd wat is bepaald in het eerste tot en met het vijfde lid, is de briefadreshouder verplicht op grond van de artikelen 2.38, 2.39 en 2.40 Wet BRP aangifte van adreswijziging te doen bij de woongemeente of in geval van emigratie bij de gemeente van vertrek. Onverminderd hetgeen is bepaald in het eerste tot en met het derde lid, is diegene op wie het briefadres betrekking heeft en een ander adres krijgt, gehouden om in de periode tussen vier weken vóór de beoogde verhuisdatum tot en met de vijfde dag na verhuisdatum hiervan aangifte te doen bij de gemeente waar hij zijn nieuwe adres heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel