Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 2.7

Artikel 2.7

Onderdeel van Subsidieverordening stads- en dorpsvernieuwing gemeente Uitgeest

De bijdrage-ineens wordt slechts toegekend, indien: de woning waaraan de voorzieningen, bedoeld in artikel 2, worden getroffen, niet later dan 35 jaar voor het tijdstip van indiening van de aanvrage om geldelijke steun voor bewoning is gereedgekomen en niet later dan tien jaren voor laatstbedoeld tijdstip met geldelijke steun van overheidswege ingrijpend is verbeterd; de netto-oppervlakten van alle in de woning gelegen ruimten waaraan voorzieningen worden getroffen, na voltooiing van de voorzieningen gezamenlijk ten hoogste 125 m² bedragen, waarbij onder netto-oppervlakte hetzelfde wordt verstaan als in de norm NEN 2320, zoals in 1962 uitgegeven en in 1975 aangevuld door het Nederlands Normalisatie- Instituut; de woning, na het treffen van de voorzieningen is voorzien van een closet met waterspoeling en een douche; de woning, indien van ingrijpende verbetering sprake is, na het treffen van de voorzieningen, in haar geheel beschouwd zal voldoen aan de eisen van bewoonbaarheid die redelijkerwijs aan een woning moeten worden gesteld; de kosten van de voorzieningen niet meer bedragen dan f 90.000,--. In zoverre in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder d, kunnen burgemeester en wethouders toestaan, dat de voorzieningen in fasen, doch uiterlijk binnen twee jaren, worden getroffen, mits in de eerste fase voor zover niet aanwezig een closet met waterspoeling en een douche in de woning worden aangebracht. Indien meer dan de helft van de werkzaamheden, verbonden aan het treffen van de voorzieningen, wordt verricht door de eigenaar-bewoner, anders dan in de uitoefening van zijn bedrijf, al dan niet met behulp van anderen, zonder dat bij de hulp sprake is van uitoefening van een bedrijf, wordt het in het eerste lid onder e genoemde bedrag met 55% verminderd. De vermindering, bedoeld in het derde lid, vindt slechts plaats indien van de kosten van het geheel van de werkzaamheden, berekend alsof geen van de werkzaamheden overeenkomstig het in dat lid bepaalde wordt verricht door de eigenaar-bewoner, meer dan de helft moet worden toegerekend aan de werkzaamheden die worden verricht door de eigenaar-bewoner. Voor het zelf aanleggen van een elektrische installatie conform het bepaalde in artikel 2.11 wordt uitsluitend overeenkomstig het bepaalde in het 3e lid, subsidie verstrekt, indien bij de aanvraag tevens een vergunning of machtiging van het PEN is overgelegd, waaruit blijkt, dat het is toegestaan om zelf de installatie aan te leggen. In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 afwijking toestaan van het bepaalde in het eerste en tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel