De plaatsingscommissie adviseert, op grond van haar bevindingen en op basis van het voorlopige plaatsingsplan van de voorbereidingscommissie, de directeur over de plaatsing van alle medewerkers die rechtstreeks zijn betrokken bij de organisatiewijziging.
De directeur stelt de plaatsingen voorlopig vast op basis van het advies van de plaatsingscommissie. Deze adviezen worden door de directeur onder meer beoordeeld op onderlinge samenhang en worden getoetst aan het organisatiemodel.
Indien de directeur daartoe aanleiding ziet, wordt – met redenen omkleed – een advies ter heroverweging aan de plaatsingscommissie voorgelegd. Deze commissie brengt dan opnieuw een al dan niet gewijzigd advies uit.
De directeur kan uitsluitend op grond van zwaarwegende argumenten afwijken van de adviezen van de plaatsingscommissie.
De directeur deelt de medewerker schriftelijk en gemotiveerd mee in welke functie hij voorlopig wordt geplaatst.
Indien plaatsing in een ongewijzigde functie, passende of geschikte functie niet mogelijk is, deelt de directeur de medewerker schriftelijk het voornemen mee dat hij bovenformatief wordt geplaatst.
Tegen het besluit genoemd in lid 5 en 6 van dit artikel staat geen bezwaarmogelijkheid open op grond van de Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3
Artikel 16.
Voorlopig plaatsingsbesluit
Onderdeel van Sociaal statuut De Fryske Marren