De medewerker die wordt geplaatst in een passende of geschikte functie binnen de organisatie, behoudt de rechten die hem op grond van de “Regeling studiefaciliteiten” zijn toegekend, indien hij de studie voortzet.
De medewerker die wordt geplaatst in een passende of geschikte functie binnen de organisatie en die in overleg met zijn nieuwe leidinggevende besluit te stoppen met zijn studie, wordt ontheven van terugbetalingsverplichtingen die voortvloeien uit de in lid 1 van dit artikel bedoelde studiefaciliteitenregeling.