Naar hoofdinhoud
1.. Uitgangspunt is dat iedereen eerst zelf zorg dient te dragen voor een geschikte woning (hoofdverblijf). Daarbij mag er van uit worden gegaan dat rekening wordt gehouden met be-kende beperkingen, ook gelet op de toekomst (voorzienbaarheid). 2.. Een inwoner met een beperking kan voor een aanpassing van het hoofdverblijf in aanmerking komen indien een verhuizing naar een aangepaste of makkelijker aan te passen woning niet te realiseren of niet de goedkoopste adequate oplossing is en ook een algemene voorziening geen oplossing kan bieden. Hierbij dient de cliënt langdurig van de voorziening afhankelijk te zijn voor het uitvoeren van de algemene dagelijkse levensverrichtingen. 3.. Een woningaanpassing is erop gericht om de belemmeringen in en rond de woning te verminderen of op te heffen. Een woningaanpassing is enkel gericht op de essentiële woonruimten zoals benoemd in het vierde lid. Het is niet de bedoeling dat vanuit professionele oppas, of vanuit verzorgings- dan wel therapeutisch oogpunt hulpmiddelen en/of voorzieningen worden aangebracht of dat er belemmeringen worden opgeworpen. 4.. Bij een woonvoorziening dient nagegaan te worden wat voor de cliënt de essentiële woonruimten zijn. Onder essentiële woonruimte wordt verstaan: a.. een slaapgelegenheid die bereikt en gebruikt kan worden; b.. een toiletgelegenheid die bereikt en gebruikt kan worden; c.. een natte cel die gebruikt en bereikt kan worden; d.. een kookgelegenheid/keuken die gebruikt en bereikt kan worden; e.. een woonkamer die gebruikt en bereikt kan worden; f.. één toegang tot de woning die gebruikt en bereikt kan worden; g.. een toegang tot de tuin, indien aanwezig, die gebruikt en bereikt kan worden. 5.. Of de cliënt in aanmerking komt voor een woonvoorziening en welke vorm deze voorziening heeft (een onroerende, roerende of financiële voorziening of een combinatie hiervan), hangt af van de ondervonden beperkingen en belemmeringen, van de bouwkundige situatie van de woning, de aanwezigheid van alternatieve oplossingen en van de goedkoopste adequate oplossing. 6.. Bij het verstrekken van een woonvoorziening in de vorm van een aanpassing in de keuken of badkamer wordt aangesloten bij de afschrijvingstermijnen zoals gehanteerd door woning-bouwverenigingen. 7.. Een aanbouw wordt alleen overwogen als dit leidt tot een langdurig adequate oplossing voor de cliënt en essentiële woonruimtes niet op een andere manier bereikbaar kunnen worden gemaakt, bijvoorbeeld door een inpandige aanpassing of verhuizing, en een losse woonunit geen goedkopere en meest adequate oplossing is. Ook het feit dat de verhuurder de huurwoning niet beschikbaar wil houden voor personen met een beperking kan een reden zijn om een losse woonunit te verstrekken. 8.. Bij een aanvraag voor een mantelzorgwoning zijn de betrokkenen in eerste instantie zelf (financieel) verantwoordelijk voor het hebben van een woning. Uitgangspunt is dat de woonkosten van de mantelzorger ook in een nieuwe situatie aan wonen besteed kunnen worden. 9.. In geval van woningsanering in verband met COPD worden de Nibudnormen gehanteerd voor zeil, linoleum en gordijnen. Dit wordt verstrekt in de vorm van een financiële tegemoetkoming van maximaal € 1.500,-. 10.. Voor het kwaliteitsniveau van de aanpassingen wordt aangesloten bij de eisen zoals deze in het Bouwbesluit zijn geformuleerd.

Rechtspraak bij dit artikel