Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1.

Vergunning kleinschalig kamperen

Onderdeel van Verordening kleinschalig kamperen gemeente Sluis 2020

Het is verboden een terrein voor kleinschalig kamperen in te richten zonder daartoe benodigde vergunning(en) van het college. Het college kan aan de vergunning voorschriften en beperkingen verbinden. De aanvraag voor een vergunning wordt schriftelijk ingediend en moet voldoen aan de vereisten in artikel 1.2 van deze verordening. De vergunning kan worden verleend als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: kampeermiddelen worden binnen of direct grenzend aan het (agrarisch) bouwvlak gesitueerd; het kleinschalige kampeerterrein is voorzien van een goede landschappelijke inpassing. Een en ander zoals is vastgesteld in de bij deze verordening gevoegde en vastgestelde beleidsnota "Richtlijnen landschappelijke inpassing gemeente Sluis"; het kleinschalige kampeerterrein is gesitueerd op een (voormalig) agrarisch bouwvlak, een en ander zoals is vastgelegd in het bestemmingsplan Buitengebied. De bouwmogelijkheden op het perceel zijn eveneens vastgelegd in het bestemmingsplan Buitengebied; de maximale dichtheid bedraagt 25 standplaatsen op 7.500 m² terrein, de minimale omvang van een standplaats is 100 m²; per uit te breiden eenheid boven de 15 eenheden, wordt een vereveningsbijdrage van € 800,-vastgesteld. Een en ander wordt uitgewerkt in een vereveningsplan waarbij de gemaakte afspraken tussen ondernemer en gemeente vastgelegd worden in een overeenkomst; Het college weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid, indien het maximale aantal van 20 vergunningen in het kustgebied wordt overschreden. Voorts kan het college de vergunning weigeren wanneer de aanvraag niet voldoet aan de vereisten in artikel 2.1 van deze verordening of wanneer niet wordt voldaan aan de voorwaarden, zoals genoemd in het vorige lid; Het college kan de vergunning intrekken: bij beëindiging van de kampeeractiviteiten op een terrein voor kleinschalig kamperen; indien geconstateerd wordt dat het terrein voor kleinschalig kamperen langer dan één jaar niet meer als zodanig in gebruik is met dien verstande dat het college van de termijn van één jaar kan afwijken op basis van bijzondere omstandigheden welke ter beoordeling zijn van het college tot een maximum van drie jaar; indien de houder dit verzoekt. indien achteraf blijkt dat de aanvraag of vergunning (feitelijke) onjuistheden of onwaarheden bevat. indien de vergunning is verleend op basis van een onjuiste opgave of voorstelling van feiten. indien er sprake is van een of herhaaldelijke overtreding van wettelijke voorschriften, of van voorschriften verbonden aan de vergunning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel