Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1.

Overgangsrecht

Onderdeel van Verordening kleinschalig kamperen gemeente Sluis 2020

Kampeervergunningen en kampeerontheffingen voor het exploiteren van een kleinschalig kampeerterrein, verleend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, gelden als vergunning in de zin van artikel 2.1. voor zover de op het moment van inwerkingtreding van deze verordening bestaande afwijking ten opzichte van de eisen als gesteld in artikel 2.1. van de verordening niet wordt vergroot. Vergunningen of anderszins door het bevoegd gezag gegeven toestemming voor andere vormen van kamperen bij (voormalige) agrarische bedrijven, die niet vallen onder het eerste lid van dit artikel, blijven van kracht onder de voorwaarden en nadere eisen waaronder deze zijn verleend. Vergunningen of anderszins door het bevoegd gezag gegeven toestemming als bedoeld in het eerste en tweede lid worden geacht voor onbepaalde tijd te zijn verleend. Voorschriften en nadere eisen verbonden aan een tijdelijk verleende vergunning of toestemming als bedoeld in het eerste en tweede lid blijven van kracht (gedurende de looptijd van de vergunning of toestemming). Kleinschalige kampeerterreinen welke op peildatum 1 augustus 2014 in werking zijn (en zijn aangegeven op bijgevoegde bijlage 5), worden geacht in overeenstemming te zijn met het gestelde in deze verordening en de eerder aan hen verleende gedoogbeschikking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel