Regionaal is afgesproken dat elke gemeente beschrijft welke informatiebronnen zij gebruikt om de mismatch te beschrijven en de behoefte aan te tonen. Hierbij gaat het zowel om de korte termijnvraag als het lange termijnperspectief.
De gemeente Berkelland stelt per kern een marktverkenning op die inzicht geeft in de mismatch tussen vraag en aanbod. De marktverkenning komt tot stand via data, gesprekken met marktkenners (makelaars, corporaties, zorgpartijen, ontwikkelaars etc.) en met groepen woningzoekers. Hieruit komt een beeld van de woningbouwopgave in de kern. Op planniveau kan deze worden aangescherpt samen met de doelgroep. De woningbouwopgave wordt jaarlijks gemonitord en herijkt (zie hoofdstuk 4). In Berkelland geldt: hoe kleiner de doelgroep, hoe belangrijker de participatie van inwoners is bij het bepalen van de behoefte. In kleine kernen komt het er nog meer op aan dat de juiste woningen worden gebouwd dan in grote kernen. Hetzelfde geldt voor zeer specifieke woonvormen, gericht op een kleine groep mensen. Ook daar is het van belang dat de behoefte concreet wordt gemaakt, ook naar de toekomst toe.
Bron
Grote kern
Kleine kern + buitengebied
Wonen
en zorg
Data
Achterhoeks woonwensen en leefbaarheidsonderzoek (AWLO)
X
Lokale woonmonitor (eigen data, informatie marktkenners, data kadaster, CBS etc.)
X
X
Zorgvastgoed: CIZ en toetsingskader woonzorginitiatieven
X
Participatie doelgroep
Naam en ‘rugnummer’
X
Toets bouwplan bij doelgroep
(X)
Zorgvastgoed: toetsingskader woonzorginitiatieven
X
Bijzondere woonvormen
Maatwerk
Maatwerk
Maatwerk
Grote kernen: Borculo, Eibergen, Neede en Ruurlo
In de grote kernen is de mismatch te duiden op basis van bestaande data en gesprekken met marktpartijen. Dit brengen we bij elkaar in een jaarlijkse woonmonitor, waarin per kern de mismatch is benoemd (kwalitatief en richting voor het aantal). We maken hierbij gebruik van diverse bronnen. Specifiek willen we ook aandacht schenken aan de instroom van vestigers en hun woonbehoefte. Dit ontbreekt in het AWLO. We vragen de ontwikkelaar om aan te tonen dat het plan aansluit bij de behoefte van de doelgroep (type, prijs, locatie etc.). Met de corporaties maken we prestatieafspraken over het delen van marktkennis en over de woningbouwprogrammering.
Kleine kernen (Beltrum, Geesteren, Gelselaar, Haarlo, Noordijk, Rekken, Rietmolen)
In kleine kernen is het aantal vragers beter te tellen, en de bouwmogelijkheden zijn beperkt. Van belang is daarom dat elke woning direct raak is. Daarom komen bouwplannen zo participatief mogelijk tot stand met de dorpsbelangenorganisatie en zoveel mogelijk met de woningvragers (‘naam en rugnummer’). Het is lokaal maatwerk. De data uit de lokale woonmonitor helpt om het lange termijnperspectief voor de kleine kern in beeld te houden.
Buitengebied
Bijna één vijfde van de woningen in Berkelland staat in het buitengebied. Ook hier zien we een behoefte. Vaak is het een individuele woonwens of gaat het om specifieke nieuwe woonvormen die alleen in het buitengebied haalbaar zijn (denk aan zorgvastgoed).
Wonen en zorg
De opgave voor wonen met zorg is vastgelegd in het Ontwikkelperspectief Wonen en Zorg per kern Berkelland. Deze is opgesteld door de Regietafel en wordt periodiek geactualiseerd. Daarvoor gebruiken we cijfers van het CIZ (aantal indicaties en plaatsen), informatie van de zorgpartijen over de behoefte en gemeentelijke informatie over Beschermd Wonen, Jeugdzorg en WMO. Voor de beoordeling van woonzorginitiatieven heeft de raad het Kader woonzorg initiatieven 2018 vastgesteld.
Bijzondere woonvormen
Denk hierbij aan collectieve woonvormen, tiny houses, nieuwe woonzorgvormen, woonwagens of de huisvesting van arbeidsmigranten. Dit is maatwerk, waarbij de initiatiefnemers zelf de behoefte onderbouwen. Voor tijdelijke woonvormen geldt het Toetsingskader Tijdelijke woningen. Bij tijdelijkheid gaat het om een maximale duur van 10 jaar. Toetsing aan de langetermijnbehoefte is dan minder relevant.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1