Als op meerdere leningen en/of vorderingen en/of boetes moet worden afgelost dan is de volgorde van aflossing als volgt:
invorderingskosten;
reeds verschenen rente;
fraudevorderingen op grond van de PW, IOAW en IOAZ waarbij op een te bruteren vordering die lopende het boekjaar ontstaat, gedurende dat boekjaar bij voorrang wordt afgelost;
vorderingen ontstaan door opzegging van als lening verstrekte uitkeringen op grond van de PW, IOAW en IOAZ;
vorderingen ontstaan door opgezegde bedrijfskapitaalleningen verstrekt op grond van het Bbz 2004;
overige vorderingen op grond van de PW, IOAW en IOAZ waarbij op een te bruteren vordering die lopende het boekjaar ontstaat, gedurende dat boekjaar bij voorrang wordt afgelost;
bestuurlijke boeten op grond van de PW, IOAW en IOAZ;
vorderingen in verband met afstemmingen (maatregelen) PW, IOAW en IOAZ;
overige vorderingen;
als lening verstrekt bedrijfskapitaal op grond van het Bbz 2004;
leningen verstrekt op grond van de PW.
met dien verstande dat:
bij gelijksoortige geldschulden binnen een categorie eerst wordt afgelost op de oudste schuld;
zo lang verrekend kan worden met een lopende uitkering voor de kosten van levensonderhoud eerst wordt afgelost op opgelegde bestuurlijke boeten (7), vervolgens op vorderingen in verband met afstemmingen (8) en daarna bovenstaande rangorde wordt aangehouden.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 12.