Naar hoofdinhoud
1.. Blijft een belanghebbende, na te zijn aangemaand, weigeren om aan de betalingsverplichting te voldoen, dan: ontvangt hij een ingebrekestelling als sprake is van een terugvorderingsbesluit van vóór 1 juli 2009; vordert het college de vordering bij dwangbevel in als bedoeld in artikel 60 lid 2 PW respectievelijk artikel 28 lid 1 IOAW en artikel 28 lid 1 IOAZ, als sprake is van een terugvorderingsbesluit op of ná 1 juli 2009. vordert het college de vordering bij dwangbevel in als bedoeld in artikel 5:10 lid 2 Awb als sprake is van een vordering voortvloeiende uit een opgelegde bestuurlijke boete. 2.. Het dwangbevel bevat een bevel tot betaling binnen 7 dagen na het uitvaardigen ervan. 3.. De kosten van het dwangbevel worden vastgesteld conform artikel 4:120 lid 2 Awb en het ‘Besluit buitengerechtelijke kosten’ en bedragen: 15% over de eerste € 2.500,00 van de vordering; 10% over de volgende € 2.500,00 van de vordering; 5% over de volgende € 5.000,00 van de vordering; 1% over de volgende € 190.000,00 van de vordering; 0,5% over het meerdere; waarbij de totale kosten van het dwangbevel niet meer mogen bedragen dan € 6.775,00. 4.. De in rekening gebrachte vergoeding voor aanmaning, de wettelijke rente en de kosten van het dwangbevel worden eveneens bij dwangbevel ingevorderd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel