Naar hoofdinhoud
1.. Het college ziet in individuele situaties af van (verdere) invordering en gaat over tot administratieve afboeking wanneer de (restant) fraudevordering niet meer bedraagt dan € 300,00, voor zover geen verrekening met een uitkering mogelijk is en het treffen van (verdere) invorderingsmaatregelen, naar het oordeel van het college, niet (langer) doelmatig is. 2.. Bij een (restant) fraudevordering tussen de € 300,00 en € 5.000,00 kan het college ook omwille van doelmatigheidsredenen besluiten om van (verdere) invordering van ten onrechte of teveel verstrekte uitkering af te zien en tot administratieve afboeking over te gaan, indien: incasso van de vordering gedurende tien jaar onmogelijk is gebleken en het niet aannemelijk is dat belanghebbende op enig moment betalingen zal gaan verrichten. 3.. Bij een (restant) fraudevordering tussen € 5.000,00 en € 50.000,00 kan het college ook omwille van doelmatigheidsredenen besluiten om van (verdere) invordering van ten onrechte of teveel verstrekte uitkering af te zien en tot administratieve afboeking over te gaan, indien: incasso van de vordering gedurende vijftien jaar onmogelijk is gebleken en het niet aannemelijk is dat belanghebbende op enig moment betalingen zal gaan verrichten en een eventuele paspoortsignalering als bedoeld in artikel 22 Paspoortwet niet heeft geleid tot voldoening van de vordering. 4.. Bij een (restant) fraudevordering van € 50.000,00 en meer moet voor de in het voorgaande lid onder a genoemde termijn van vijftien jaar gelezen worden: 20 jaar.

Rechtspraak bij dit artikel