Kwijtschelding als bedoeld in deze paragraaf vindt niet plaats als sprake is van:
fraudevorderingen ten gevolge van recidive;
vorderingen voortvloeiende uit opgelegde boeten;
vorderingen voortvloeiende uit afstemmingen (maatregelen);
terugvorderingen krachtens het Burgerlijk Wetboek van onverschuldigde betalingen;
op grond van het Bbz 2004 als lening verstrekt bedrijfskapitaal respectievelijk teruggevorderde kosten van verstrekt bedrijfskapitaal;
vorderingen die in handen van een deurwaarder zijn gegeven of;
vorderingen en leningen die door pand of hypotheek zijn gedekt.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 4.3
Artikel 32.