Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK

Artikel 9.

Vrijstellingen

Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN SCHEEPVAARTRECHTEN 2020

Geen haven- en/ of kadegeld wordt geheven voor het gebruik maken van de haven en/of kade ten behoeve van: 1.. rijksvaartuigen, uitsluitend bestemd voor de openbare dienst; 2.. gemeentevaartuigen; 3.. hospitaalschepen; 4.. vaartuigen, waarvan de schippers ten genoegen van de havenmeester aantonen dat zij wegens ernstige familieomstandigheden of om redenen van overmacht van de haven en/of kade gebruik moeten maken, mits er niet geladen en/of gelost wordt; 5.. vrachtschepen, die aanleggen tot het doen van inkopen van levensmiddelen, mits dit niet langer duurt dan drie uur en er gedurende die tijd niet geladen en/of gelost wordt; 6.. vrachtschepen die voorafgaand gereserveerd hebben en op zaterdag na 12.00 uur aankomen en op maandag vóór 10.00 uur vertrekken zonder te hebben geladen en/of gelost.

Rechtspraak bij dit artikel