Naar hoofdinhoud
Achtergrond van de wet Op 14 mei 2019 nam de Eerste Kamer de Wet kwaliteitsborging voor het Bouwen aan. Deze wet heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Tot de invoering van de wet in 2021 worden met eenvoudige bouwprojecten pilotprojecten gedaan. Als blijkt dat het stelsel onvoldoende werkt of de kosten te veel stijgen, dan kan de minister besluiten de wet -of onderdelen van de wet- niet in te laten gaan. Als de wet wel wordt ingevoerd, dan gebeurt dit vooralsnog alleen voor eenvoudige bouwprojecten. Per 1 januari 2021 treedt de Omgevingswet in werking. De regels van de Wet kwaliteitsborging zullen worden overgenomen in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) onder de Omgevingswet: het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de opvolger van het Bouwbesluit 2012. Hoe werkt het in de praktijk De gemeente toetst het bouwplan niet meer aan het Bouwbesluit. Gegevens voor de toetsing hoeven dus niet meer aan de gemeente geleverd te worden. Wel dient een aanvraag voor de omgevingsvergunning te worden ingediend bij de gemeente. De reden hiervan is dat de gemeente de aanvraag wel toetst aan het bestemmingsplan en welstandseisen. De gemeente bekijkt bij het verlenen van de vergunning alleen of een geregistreerde kwaliteitsborger wordt ingezet. De gemeente ziet op de bouwplaats niet meer toe op het voldoen aan het Bouwbesluit. Dit doet de kwaliteitsborger. Er moet nog wel een gereedmelding bij de gemeente ingediend worden. Na gereedmelding is sprake van een bestaand bouwwerk en is het aan de gemeente om zo nodig toezicht te houden, bijvoorbeeld in het geval van een klacht. Het is nu nog te vroeg om uitspraken te doen over het effect van deze nieuwe wet op de organisatie.

Rechtspraak bij dit artikel