Indien toezicht niet leidt tot beëindiging van de overtreding is de gemeente in beginsel verplicht om hiertegen op te treden. Professionele handhaving kenmerkt zich onder andere door een consequente uitvoering. Handhaving kan zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk. Voor het laatste zijn de mogelijkheden beperkt: naast de politie kunnen alleen de Boa’s strafrechtelijk optreden. Als zij dat doen, handelen zij echter niet in naam van het College van B&W maar doen zij dat namens het Openbaar Ministerie. Strafrechtelijk optreden zal, als het om andere werkvelden gaat dan de APV en de Wegenverkeerswet, veelal in samenwerking met externe partners als de politie moeten plaatsvinden. Onder handhaving zoals dat bedoeld is in dit beleidsplan wordt de bestuursrechtelijke handhaving verstaan: het afdwingen van normconform gedrag door de inzet van bestuursrechtelijke maatregelen zoals het opleggen van een last onder dwangsom, bestuursdwang, het intrekken van de vergunning, de bestuurlijke boete en de bestuurlijke strafbeschikking. Handhaving is een bevoegdheid. Dit betekent dat het College, of in sommige gevallen de burgemeester, ook kan afzien van handhaving. Vanwege beperkte capaciteit moeten keuzes worden gemaakt met betrekking tot de zaken die men wel en niet oppakt. In deze paragraaf worden de kaders geschetst op basis waarvan keuzes gemaakt kunnen worden.
Om te bepalen wanneer en hoe handhavend wordt opgetreden wordt de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) gevolgd.
In 2014 is de LHS vastgesteld. Deze strategie is opgesteld door IPO en het OM, in samenwerking met de VNG, de UvW, het ministerie van I&M, de Inspectie Leefomgeving en Transport, ISZW, politie en de vereniging van omgevingsdiensten. In Fryslân hebben politie, OM, gemeenten en provincie met elkaar afgesproken zich bij het toezicht en de handhaving te conformeren aan de Landelijke Handhavingsstrategie De LHS komt voort uit de wens van alle betrokken instantiesom de organisatie en uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving te verbeteren en om een gelijk speelveld te creëren voor natuurlijke personen en rechtspersonen voor wie bepaalde voorschriften gelden. Een ander doel van de LHS is dat de samenleving ervan uit mag gaan dat handhavers zo optreden dat het rechtsgevoel wordt gerespecteerd en de leefomgeving veilig, schoon en gezond blijft. De LHS geeft hier inhoud aan door een kader te scheppen voor het passend interveniëren bij iedere bevinding. Een korte samenvatting van de LHS is opgenomen in bijlage 2.
Afhankelijk van de situatie kan op basis van de LHS weloverwogen gekozen worden welk instrument ingezet wordt. Om de strategie van sanctie-instrumenten te bepalen wordt in de LHS enerzijds naar het gedrag van de overtreder gekeken en anderzijds naar de ernst van de overtreding. Bewust gemaakte overtredingen met ernstige gevolgen worden zwaarder aangepakt, bijvoorbeeld met een mix van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke middelen. Bij de inzet van strafrechtelijke middelen is nauwe samenwerking met politie en Openbaar Ministerie vereist.
De LHS wordt in Waadhoeke gehanteerd, waarbij op het gebied van omgevingsrecht het volgende stappenplan wordt gevolgd:
Na constatering van de overtreding ontvangt betrokkene een constateringsbrief of waarschuwingsbrief waarin deze geïnformeerd wordt over de geconstateerde overtreding. Betrokkene krijgt de gelegenheid om binnen een bepaalde termijn de overtreding ongedaan te maken. Ook wordt aangekondigd dat als bij hercontrole blijkt dat de overtreding niet ongedaan is gemaakt, er bestuursrechtelijke maatregelen kunnen worden getroffen.
Indien bij hercontrole blijkt dat de overtreding niet of niet geheel ongedaan is gemaakt, ontvangt de betrokkene een voornemen tot het opleggen van een bestuursrechtelijk maatregel. Dat is meestal een last onder dwangsom. Betrokkene krijgt de mogelijkheid om ten aanzien van dit voornemen binnen een gestelde termijn een zienswijze in te dienen.
Indien na beoordeling van de zienswijze niet wordt afgezien van handhaving, en de overtreding voortduurt, wordt het besluit genomen tot het opleggen van een bestuursrechtelijke maatregel.
Dit stappenplan is het uitgangspunt bij reguliere situaties. Er zijn echter situaties waarbij hiervan kan worden afgeweken:
Gevaar: bij acuut gevaar voor personen en/of de omgeving, is direct optreden noodzakelijk;
Onherstelbare schade: indien onherstelbare schade plaatsvindt of dreigt plaats te vinden zal direct dan wel versneld optredende meest aangewezen werkwijze zijn;
Ernstige hinder: in deze situatie wordt stap 1 overgeslagen om de overtreding snel ongedaan te laten maken;
Herhaling van (vergelijkbare) overtredingen: indien optreden tegen een eerdere overtreding geeneffect heeft gehad, kan bij herhaling van de overtreding gekozen worden voor een versnelde/direct aanpak. Het informeren van de betrokkene (stap 1) is in deze gevallen weinig zinvol omdat de eerdere waarschuwing niet tot het gewenste gedrag heeft geleid.
In een schema ziet dit er als volgt uit:
Categorie
Stappenplan
Aantal stappen
Omschrijving stappen
1
Regulier
3
De 3 stappen zoals hierboven omschreven worden doorlopen.
2
Versneld
2
Stap 1 uit het reguliere stappenplan wordt overgeslagen. Bij de eerste constatering van de overtreding wordt stap 2 ingezet (nemen voorgenomen besluit).
3
Direct
1
Stap 1 en 2 uit het regulieren stappenplan worden overgeslagen. Bij de eerste constatering vande overtreding volgt direct stap 3 (nemen besluit).
Tabel 13: Stappenplan LHS
Hoogte dwangsom en begunstigingstermijnen
De hoogte van de dwangsom kan en moet op de ernst van de overtreding worden afgestemd (evenredigheid) en tot doel hebben de overtreding tegen te gaan of te voorkomen (effectiviteit), dit staat beschreven in artikel 5.32 van de Awb. De dwangsom per tijdseenheid of per overtreding moet dus in redelijke verhouding staan tot de ernst van de overtreding. De op te leggen sanctie wordt per situatie bepaald. Dit geldt ook voor het bedrag dat aan de sanctie wordt gekoppeld en voor de begunstigingstermijn.
Als uitgangspunt hanteren we de 'Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen', opgesteld door Infomil. Deze leidraad biedt handhavers enig houvast bij het bepalen van de hoogte van een dwangsom en het maximum te verbeuren bedrag. De lijst met overtredingen in de leidraad is niet uitputtend en kan gebruikt worden als richtlijn. De handhaver dient altijd zelf een deugdelijke motivering over de hoogte van de gekozen bedragen in het besluit op te nemen. De dwangsom dient voldoende prikkelend te werken, zodanig dat de overtreder de overtreding zal beëindigen. Bovendien mag de dwangsom niet zodanig hoog zijn dat deze als straf kan worden gezien. De leidraad is afgestemd op de uitgangspunten van de Landelijke handhavingsstrategie.
De leidraad is in ontwikkeling, de handhaver zal bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom uitgaan van de meest recente versie van dit document.
Voor overtredingen op de Drank- en Horecawet en daaraan gerelateerde wetgeving zijn de sanctiemogelijkheden wel uitgewerkt. In paragraaf 5.5 is dit nader toegelicht.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.3