In deze verordening wordt verstaan onder:
bedrijfsmatig zeilschip: een schip dat bedrijfsmatig passagiers vervoert, dat is gebouwd en ingericht om ook door middel van zeilen te worden voortbewogen;
bedrijfsvaartuig: een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, niet zijnde een zee- of binnenschip, hoofdzakelijk gebruikt als of bestemd voor de uitoefening van enig bedrijf of beroep dan wel voor de uitoefening van sociaal-culturele activiteiten;
bijzondere transporten: schepen en/of drijvende voorwerpen die afwijken van de gebruikelijke vorm of afmetingen;
binnenvaartschip: een schip niet zijnde een zeeschip;
bt:
de eenheid voor de bruto-inhoud (Bruto-Ton) van een zeeschip, zoals bedoeld in het verdrag inzake meting van Schepen, Londen 1969, ook wel grosspton (GT) genoemd;
gemeentelijk vaarwater: water in eigendom of beheer van de Gemeente Hollands Kroon;
haven: wateren die voor de scheepvaart openstaan en bij de gemeente in eigendom of beheer zijn, alsmede alle daartoe behorende kaden, kunstwerken, meergelegenheden, trappen, scheepshellingen, dokken, scheepsreparatiewerven en los- en laadplaatsen, ongeacht wie daarvan de rechthebbende is;
havenmeester: degene die door het college van burgemeester en wethouders als zodanig is aangesteld;
hospitaalschip: een schip uitsluitend bestemd en gebruikt voor het verlenen van medische hulp, daaronder begrepen het vervoer van gewonden, zieken en gehandicapten;
kapitein: degene die de leiding over een zeeschip heeft;
meetbrief zeeschepen: de meetbrief als bedoeld in artikel 24 van de Wet van 12 september 1981, Stb. 122, houdende bepalingen betreffende de meting van schepen (meetbrievenwet 1981), zoals deze nadien is gewijzigd;
meetbrief binnenvaartuigen: het document als bedoeld in artikel 782, vierde lid, van het Wetboek van Koophandel, juncto het besluit van 24 oktober 1983, Stb. 548 (Besluit binnenschependocumenten);
overheidsschip: alle schepen in dienst van de overheid;
passagiersschip: een schip dat bestemd is voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan twaalf passagiers, dan wel een schip dat bedrijfsmatig meer dan twaalf passagiers vervoert;
plezierschip: een vaartuig dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de niet bedrijfsmatige recreatie en waarvan de lengte minder dan 20 meter bedraagt met uitzondering van een schip dat meer dan 12 passagiers mag vervoeren;
rechthebbende: degene die over enige zaak de beschikking heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht dan wel daarover enige feitelijke macht uitoefent;
schepenwet: de Wet van 1 juli 1909 (Stb. 219);
schip:
elk drijvend lichaam, dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd, dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen, koopwaren, grondstoffen producten en voorwerpen van allerlei aard, al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende;
elk ander drijvend lichaam zoals een werk- en aanlegvlot, ponton houtvlot, duikerklok, zandzuiger, baggermolen, drijvend werktuig en elke andere drijvende inrichting ten dienste van de exploratie en/of exploitatie van olie- en gasvelden of het winnen van mineralen op zee;
schipper: degene die de feitelijke leiding over een binnenschip heeft;
toezichthouder: degene die door het college van burgemeester en wethouders als zodanig is aangesteld;
sportvissersschip: een schip niet zijnde een passagiersschip of vissersschip noch een pleziervaartuig, dat bestemd is of gebruikt wordt voor het bedrijfsmatig vervoer van personen die op zee de sportvisserij beoefenen;
ton: een massa van 1000 kilogram;
vaartuigen voor het vissen op schelpdieren: een schip dat wordt gebruikt voor het opvissen van mosselen en kokkels;
varend monument: door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen schip welke een historische band heeft met de leefbaarheid van de gemeente;
visafslag: de visafslag, gelegen aan de Havenkade 1 te 1779 GS Den Oever;
vissersschip: een schip dat gebruikt wordt voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de zee of het IJsselmeer, niet zijnde schepen voor het vissen van schelpdieren;
z.1. zeeschip: een schip dat gebruikt wordt voor de vaart op zee of blijkens zijn constructie voor de vaart ter zee is bestemd of een schip dat voorzien is van een document afgegeven door het bevoegde gezag van het land waar het schip is ingeschreven waaruit blijkt dat het geschikt is voor de vaart ter zee;