Naar hoofdinhoud

Artikel 1

– Definities

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van campergeld 2020

Deze verordening verstaat onder: camperplaats: de volgende hiervoor aangewezen locaties: Een afgebakend gedeelte van de openbare weg op het haventerrein van Den Oever (Oostkade), bestemd om door een camper te worden ingenomen. Een afgebakend gedeelte van de openbare weg aan de Stontelerweg/ Zuiderstrand, bestemd om door een camper te worden ingenomen. Een afgebakend gedeelte van het terrein nabij de Middenmeerbrug en gelegen naast het sanitair gebouw Zuiderzeeweg 2 D te Middenmeer, bestemd om door een camper te worden ingenomen. Een afgebakend gedeelte aan de Strook, op recreatieterrein ‘ ’t Groentje’ te Kolhorn, bestemd om door een camper te worden ingenomen. camper: een (bestel)auto, ingericht voor het vervoeren van twee of meer personen en kamperen cq. buitenhuis verblijven met de mogelijkheid tot overnachten; gebruiker: degene die de camperplaats inneemt. Als gebruiker wordt aangemerkt: de eigenaar van de camper; In geval van verhuur van de camper, degene op wiens naam de huurovereenkomst is gesteld (de huurder); als er geen eigenaar of huurder aanwezig is, wordt de gebruiker aangewezen door de dienstdoende havenmeester of beheerder; etmaal: een periode van 24 uren, gemeten vanaf 12.00 uur.

Rechtspraak bij dit artikel