Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2: › Paragraaf

Artikel 12:

Besluitvorming

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht 2020

1.. Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht, tenzij deze regeling anders bepaalt en met dien verstande dat: het lid van het bestuur dat door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht is aangewezen 93 stemmen heeft; het lid van het bestuur dat door het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het waterschap Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is aangewezen, niet zijnde de voorzitter, 34 stemmen heeft; het lid van het bestuur dat door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist is aangewezen 16 stemmen heeft; het lid van het bestuur dat door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht is aangewezen 13 stemmen heeft; het lid van het bestuur dat door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwegein is aangewezen 12 stemmen heeft; het lid van het bestuur dat door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt is aangewezen 10 stemmen heeft; het lid van het bestuur dat door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug is aangewezen 9 stemmen heeft; het lid van het bestuur dat door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten is aangewezen 8 stemmen heeft; het lid van het bestuur dat door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik is aangewezen 3 stemmen heeft, en het lid van het bestuur dat door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lopik is aangewezen 2 stemmen heeft. 2.. Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje.

Rechtspraak bij dit artikel