**1..** Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het waterschap Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden draagt aan het bestuur van het samenwerkingsverband de bevoegdheid tot heffing en invordering van alle door het algemeen bestuur van het waterschap Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden ingestelde waterschapsbelastingen over, voor zover deze waterschapsbelastingen later niet zijn opgeheven.
**2..** De colleges van de deelnemende gemeenten dragen aan het bestuur van samenwerkingsverband over de bevoegdheid tot heffing en invordering van de volgende gemeentelijke belastingen, voor zover de betreffende belasting door de raad van die gemeente is ingesteld en niet later weer is opgeheven:
de onroerende-zaakbelasting, bedoeld in artikel 220 van de Gemeentewet;
de forensenbelasting, bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet;
de toeristenbelasting, bedoeld in artikel 224 van de Gemeentewet;
de hondenbelasting, bedoeld in artikel 226 van de Gemeentewet;
de precariobelasting, bedoeld in artikel 228 van de Gemeentewet;
de rioolheffing, bedoeld in artikel 228a van de Gemeentewet;
reinigingsrechten geheven krachtens artikel 229, eerste lid onder a en b, van de Gemeentewet;
de vermakelijkhedenretributie, bedoeld in artikel 229, eerste lid onder c, van de Gemeentewet;
de BIZ-bijdrage, bedoeld in artikel 1 van de Experimentenwet BI-zones, of bedoeld in artikel 1 van de Wet op de bedrijveninvesteringzones;
de afvalstoffenheffing, bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en
de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten, bedoeld in artikel 221 van de Gemeentewet
**3..** De colleges van de deelnemende gemeenten dragen aan het samenwerkingsverband over de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf
Artikel 30:
Overdracht bevoegdheden
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht 2020