1. Indien de griffier meer dan 5 dagen verhinderd is zijn ambt te vervullen, doet hij daarvan tijdig
mededeling aan de raad.
2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een daartoe door de raad
aangewezen plaatsvervangend griffier.
3. Het aanwijzingsbesluit, zoals bedoeld in art. 7 lid 2 kan bij mandaat door de voorzitter van de raad
en de griffier gezamenlijk worden genomen.