Naar hoofdinhoud
1.. De uitoefening van de algemene bevoegdheden zoals bedoeld in bijlage 1 behorende bij dit besluit, wordt opgedragen aan de concerndirecteur, cluster- en programmamanagers, chief information officer en de concerncontroller. 2.. In aanvulling op de algemene bevoegdheden zoals bedoeld in bijlage 1 behorende bij dit besluit, wordt de uitoefening van specifieke bevoegdheden zoals bedoeld in bijlage 2 behorende bij dit besluit, exclusief, bij uitsluiting van anderen, opgedragen aan de daar genoemde functionarissen. 3.. De uitoefening van bevoegdheden zoals bedoeld in bijlage 3 behorende bij dit besluit, wordt opgedragen aan de afdelingshoofden. Clustermanagers van het betreffende cluster zijn eveneens bevoegd deze bevoegdheden uit te oefenen. 4.. Clustermanagers en afdelingshoofden kunnen aan hen gemandateerde bevoegdheden (met uitzondering van bevoegdheden met betrekking tot personele aangelegenheden) opdragen aan de door hen aan te wijzen en onder hun verantwoordelijkheid werkzame personen. Zij kunnen de betreffende personen daartoe instructies geven. 5.. De clustermanager Wijken en Dienstverlening mandateert de aan hem opgedragen specifieke bevoegdheden uit bijlage 2 onder aan de functionarissen van de Teams Leefomgeving alsmede aan medewerkers van de Kernorganisatie en aan de directeur van P1 (voor zover het betreft parkeertaken). Hij geeft de betreffende personen daartoe instructies. 6.. De programmamanagers kunnen de aan hun opgedragen bevoegdheden uit bijlage 1 ondermandateren aan functionarissen binnen de organisatie. Zij kunnen de betreffende personen daartoe instructies geven. 7.. De concerncontroller kan de aan hem opgedragen specifieke bevoegdheden uit bijlage 2 ondermandateren aan functionarissen binnen de gemeentelijke organisatie. Hij kan de betreffende personen daartoe instructies geven.

Rechtspraak bij dit artikel